Mijmeren over het gedroomde Nederland uit de Verkadealbums, wat kun je daar enorm van opknappen
Artikel beluisteren
Nostalgie, je kon er dood aan gaan. Althans volgens de uitvinder van dit begrip, de Zwitserse medische student Johannes Hofer, die in 1688 het diepe verlangen naar het vaderland beschreef van Zwitserse huursoldaten. Die aandoening gingen we later ‘heimwee’ noemen. De eigenlijke nostalgie is dankzij onderzoek van onder anderen de Amerikaanse psychologe Krystine Batcho intussen bevorderd tot positieve emotie, een ‘psychologische lijm’ die een mens bijeenhoudt bij grote veranderingen.
Dat is prettig voor liefhebbers van het oer-Hollandse fenomeen van de verzamelalbums die de Koninklijke Verkade in 1903-1940 uitgaf om klanten te binden, en die uitgroeiden tot een weergaloos marketinginstrument. Er verschenen ruim dertig albums met een totale oplage van drie miljoen; na de oorlog kwamen er met tussenpozen nog drie uit. De klant plakte de plaatjes die bij beschuit en koek werden verstrekt in de albums, waarbij een groots en ook weer door Verkade georkestreerd ruilcircuit ontstond. De toegankelijke tekstjes van natuurkenner Jac. P. Thijsse en illustratoren als Jan Voerman jr. (1890-1976) hadden een groot aandeel in de populariteit.
De plaatjes van Voerman blijken anno 2026 ook nuttig te zijn om na te gaan hoe het Nederlandse landschap sindsdien is gewijzigd. Althans, dit is een van de expliciete troeven van het kortgeleden verschenen Mijn gedroomde Nederland over het werk van Jan Voerman jr. voor Verkade, geschreven door kleinzoon Peter Voerman. Actuele foto’s van plekken die Voerman ooit in beeld bracht tonen ‘hoe ons landschap is veranderd, en soms juist hetzelfde is gebleven’.
Een waar meesterwerk
Voerman, kleinzoon van Verkade-oprichter Ericus Verkade, werkte mee aan ruim 25 albums, die verschenen van 1906 tot 1939. Hij maakte meer dan duizend plaatjes voor de seizoens-, landschaps- en ‘reisalbums’ zoals Langs de Zuiderzee (1914), De Vecht (1915) en Friesland (1918). Latere bekende titels zijn Texel (1927) en Onze Groote Rivieren (1938).
De illustratie ‘Dijkhelling met bloemen’ in Onze Groote Rivieren oogstte zelfs bijval in Maarten (2013), het tijdschrift van Neerlands minst bescheiden historicus Maarten van Rossem. ‘Een waar meesterwerk,’ noemt hij de plaat. ‘Zo ziet mijn gedroomde Nederland eruit.’ Ziedaar de bron van Piet Voermans boektitel.
Veranderingen
Hoofdstuk vier laat het beloofde contrast zien tussen toen en nu. Zeker, het boek is een verdienstelijk en plezierig overzicht met veel achtergrondinformatie over het werk van Voerman voor de albums, zijn levenswerk in feite. Maar de gepresenteerde vergelijking tussen toen en nu, het beeld van de gigantische veranderingen sinds het interbellum, valt toch een beetje tegen.
Piet Voerman blijkt vooral harde structuren te hebben gefotografeerd, die door de jaren heen gekoesterd werden en dus behouden bleven: monumentale gebouwen, bruggen en dergelijke. Zijn schetsende opa is ook niet door heel Nederland getrokken, zodat een min of meer vertekend (sic) totaalbeeld is ontstaan. Zo ging een Zeeuwse trip niet door vanwege de Eerste Wereldoorlog die daar aan – en in incidenteel over – de landsgrenzen woedde. In plaats daarvan werd gekozen voor De Vecht.
Wat is er volgens Mijn gedroomde Nederland veranderd sinds de dagen van Jan Voerman jr.? Het gaat om een ‘vrij willekeurige selectie’, geeft de auteur toe. Het merendeel uit Voermans vier reisalbums, 102 van de 180 plaatjes, is nog goed te herkennen. Van het landschap op 26 plaatjes is niets meer thuis te brengen, het landschap op 52 afbeeldingen is sterk veranderd.
Een matig positief resultaat, maar het werkelijke beeld voor Nederland als geheel is toch radicaal anders. Oorzaken zijn de toename van de bebouwde omgeving, industrialisatie, nieuwe infrastructuur, grootschalige herverkaveling. En ook ‘natuurherstel’, dat we niet moeten verwarren met landschapsbehoud. De Zeeuws-Vlaamse Hedwigepolder werd bijvoorbeeld ‘ontpolderd’ als gevolg van een internationaal politiek schimmenspel. En Natuurmonumenten transformeerde het Zuid-Hollandse eilandje Tiengemeten vanaf 2005 grotendeels tot ‘zoetwatergetijdenatuur’. Vaarwel, bakens van poldernostalgie.
Zelfs dat natuurherstel is, bij wijze van reactie, terug te voeren op dezelfde grondoorzaak: steeds sneller toenemende bevolkingsdruk. Meer mensen, minder ruimte, groeiende belangenstrijd. Volgens gegevens van het CBS en het Compendium voor de Leefomgeving nam tussen 1900 en 1950 de oppervlakte bebouwd gebied toe met 115 procent (een ruime verdubbeling). In de tweede eeuwhelft was de toename zelfs 140 procent en in het eerste kwart van deze eeuw gaat het vooralsnog om ‘maar’ 15 procent door de toegenomen aandacht voor binnenstedelijk bouwen.
Migratie
Stadsuitbreiding zorgde in 1900-1950 voor een toename van het bebouwde areaal van 110.000 naar 237.000 hectare. De bevolking verdubbelde van 5 naar 10 miljoen wegens een hoog geboortecijfer en dalende sterfte. Na de oorlog ontstond een emigratiegolf.
1950-2000 was de periode van de grootste ruimtelijke transformatie, met het ontstaan van nieuwe groeikernen als Lelystad, Almere en Zoetermeer. De bebouwde ruimte groeide gigantisch van 237.000 tot 570.000 hectare, de bevolking schoot naar 16 miljoen. Na de babyboom begon immigratie een rol te spelen. Die begon met het fenomeen van de gastarbeiders, gevolgd door de politiek van gezinshereniging, de komst van aanzienlijke groepen Surinamers en de eerste grote golven asielzoekers in de jaren 1990. Migratie besloeg in deze periode ongeveer 25 tot 30 procent van de bevolkingsgroei.
Verdozing
Het bebouwde areaal groeide sinds 2000 verder naar ruim 655.000 hectare. Een berucht facet van deze jongste periode is de ‘verdozing’ door de vestiging ven grote distributie- en datacentra. Noord-Brabant werd het logistieke hart van Nederland. ‘Inbreiding’ in bestaande kernen, met vol-, hoog- en ombouwen en woningsplitsing, zorgde voor groeiende bevolkingsdruk in stads- en dorpskernen. Verder maakten we nader kennis met enorme Vinexwijken zoals Leidsche Rijn.
De bevolkingsgroei van ruim 2 miljoen in de afgelopen kwarteeuw is grotendeels, en in recente jaren volledig, toe te schrijven aan de wegens politieke verlamming onbeheersbare massa-immigratie van asielzoekers (inclusief Oekraïners) en tijdelijk geachte groepen als arbeidsmigranten en internationale studenten. De natuurlijke bevolkingsaanwas is sinds 2022 zelfs licht negatief. De bevolkingsgroei is ook als eerste verantwoordelijk voor de huidige woningnood, die sterk wordt verhevigd door steeds uitgebreider regelgeving, de stikstofobsessie en het steeds nijpender ruimtegebrek.
Pleister
Het is allemaal al zo vaak vergeefs uiteengezet. De nostalgicus belandt al snel bij een uitspraak van de Duitse historicus Golo Mann: ‘Alles waar ik tegen was, is steevast doorgegaan.’ Ten tijde van het Verkade-album Langs de Zuiderzee, in 1914, was er al sprake van nostalgie; er dreigde toen immers al afdamming. Nostalgie is iets van altijd. De eerste industriële revolutie bracht een hele cultuurstroming op gang die op deze geestesgesteldheid is geënt, namelijk de Romantiek.
Uiteraard is nostalgie een imaginaire pleister op een niet te lokaliseren wond. De nostalgicus wil terugkeren naar een plek of tijd die nooit letterlijk bestond, omdat deze beantwoordt aan het onbehagen van nu. Toch gaat het om een nuttig sentiment, in tegenstelling tot de projectie van het ideaal op de toekomst – de utopie. Die schreeuwt om realisering en dat leidt onveranderlijk tot ellende.
Tegen de waan van de dag
Het nut van nostalgie is haar karakter van milde, bewuste waan die je in stelling kunt brengen tegen de waan van de dag. Zoals het huidige, voortdurend accelererende streven naar vernieuwing, verbetering, optimalisering, dat steeds meer de trekken vertoont van collectieve stress. Onderzoek leerde dat nostalgie bij het individu die stress kan verminderen. Svetlana Boym stelde in The Future of Nostalgia (2001) dat ‘reflectieve’ nostalgie bepaalde herinneringen koestert zonder in idealisering te vervallen, met ruimte voor twijfel en ironie.
Ironie is inderdaad het luchthartiger zusje van nostalgie. Als het welige weiland, waar koeien graasden in zalige onwetendheid van hun methaanuitstoot, is volgeplempt met zwarte spiegels van zonnepanelen; als het laatste stukje uitzicht vanaf de snelweg is versperd door de zoveelste rij distributiedozen en toonzalen; als de vertrouwde contouren van het historische stadsaanzicht zijn geblokkeerd door hoogbouw; als het panorama van Marsmans ‘oneindig laagland’ succesvol is verknoeid door de nieuwste generatie hoogspanningsmasten en windmolens – steek dan Voermans boek in de lucht. ‘Gelukkig hebben we de plaatjes nog!’
Peter Voerman: Mijn gedroomde Nederland. Jan Voerman jr. en de Verkadealbums. WBOOKS, 96 pagina’s, € 24,95.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


