Een persoonlijk pensioenpotje? Dan moet de pensioenwereld ook met de billen bloot over de individuele kosten
Artikel beluisteren
Het overkomt me regelmatig. En u waarschijnlijk ook. In een winkel, op de markt of online. Je aarzelt tussen twee of drie producten. Welke koop ik? In gedachten vink je de vragen af. Hoe het eruit ziet. Wat zijn m’n eerdere ervaringen. Hoeveel kost het?
En de hamvraag: krijg ik waar voor m’n geld.
Om de juiste keus te maken heb je informatie nodig. Dat is onontbeerlijk en volstrekt normaal. Dankzij informatie bestaan de vergelijkingssites voor bijvoorbeeld gas en stroom en zorgverzekeringen.
Zwart
Maar niet iedereen denkt er zo over. Welkom in de wondere wereld van de pensioenen. De pensioenwereld is een van oudsher afgesloten reservaat waar voor werknemers en gepensioneerden niets te kiezen is. Hier leeft de geest van Henry Ford. U kunt elke kleur auto kiezen die u wilt, zolang het maar zwart is.
Dat was Ford een eeuw geleden.
Wie bij zijn werkgever voor een pensioen spaart komt doorgaans verplicht uit bij het pensioenfonds voor de bedrijfstak van z’n baas of de eigen onderneming. Je kunt niet een keertje op proef een pensioen van een ander fonds proberen.
Maar verandering is onderweg. Niet dat er concurrentie komt. Wel dat er sprake is van het begin van een historische omwenteling. De meeste pensioengerechtigden hebben of krijgen binnenkort een persoonlijk pensioenpotje.
Je kunt niet bij dat kapitaaltje en je pensioen wordt nog steeds collectief belegd, maar je krijgt wél meer informatie én dus meer inzicht in het beheer van je pensioenpotje. Met dank aan de Wet toekomst pensioenen en de financiële waakhond AFM, de Autoriteit Financiële Markten.
Maar nu is er gedonder. De AFM wil dat pensioenfondsen u openheid van zaken geven. Ze moeten u jaarlijks individueel informeren hoeveel premies uw werkgever en u hebben betaald. Wat het rendement was op uw persoonlijk pensioenkapitaal. En welke kosten het pensioenfonds heeft gemaakt voor het beheer van uw pensioen, de beleggingen en de aan- en verkoopkosten op de financiële markten.
Kosten vreten
De verlangens van de AFM zijn niet verrassend, wel logisch. Niet verrassend: de AFM hamert al jaren op het belang van lage kosten. Want kosten vreten aan het rendement, elk jaar weer. Toch leidde een besloten AFM-bijeenkomst met de pensioenwereld over het individuele kostenplaatje van de pensioenen tot een ‘verhitte discussie’, zei de AFM zelf. Inmiddels zit men in de beste poldertradities om tafel met het ministerie van Sociale Zaken.
Steigert de pensioenwereld? Maar waarom? Meer informatie is logisch. Op het moment dat de pensioenwereld uw pensioen persoonlijk maakt, wil je ook persoonlijk weten wat er met jouw pensioenkapitaal gebeurt. Dan volstaat het niet meer om de kosten (uitgebreid) in een jaarverslag op te nemen. Hoeveel deelnemers lezen dat? Je wilt als deelnemer zelf zien: krijg ik waar voor m’n geld. Boter bij de vis, bedragen per deelnemer.
Iedereen wint…
Daar komt nog eens bij dat het persoonlijke pensioenpotje de uitkomst is van onderhandelingen tussen politici, werkgeversorganisaties en vakbonden. De laatste twee zijn de dominante beslissers in de besturen van de pensioenfondsen.
Zij hebben het nieuwe pensioenproduct aan de verplicht aangesloten deelnemers ‘verkocht’ als het ei van Columbus. Met verkocht tussen aanhalingstekens, want individuele deelnemers hadden geen zeggenschap. Iedereen ging erop vooruit, was het credo.
Dat bleek niet moeilijk, want de pensioenfondsen hebben het grootste deel van hun reserves uitgedeeld aan de deelnemers. Kassa.
Vertrouw ons
Het kennelijke verzet van (mogelijk slechts een deel van) de pensioenwereld roept de vraag op: snapt men zelf wel wat de consequenties zijn van het persoonlijke pensioenpotje?
Decennialang gaven pensioenfondsen hun deelnemers simpelweg een toezegging over het latere pensioen en verder was het: vertrouw ons maar en gaat u rustig slapen. Nu wordt het pensioen een prestatiecontract. Het pensioenfonds moet presteren, want de uitkomsten staan niet meer vast. Het fonds moet hard werken om de betaalde premies als beste te beheren en te beleggen.
Het bokkige gedrag is des te onbegrijpelijker omdat het om zulke kolossale bedragen gaat. Voor ieder persoonlijk. En voor Nederland. Samen hebben de Nederlandse pensioenfondsen een belegd vermogen van 1.538 miljard euro. Dat is bijna anderhalf keer de omvang van de Nederlandse economie.
Maar ook de kosten zijn niet voor de poes. Het adviesbureau Bell, dat jaarlijks onderzoek doet, kwam onlangs met voorlopige resultaten over 2025 op basis van tien van de grootste pensioenfondsen, waaronder ABP en Zorg en Welzijn. Op basis daarvan becijfert Bell een kostenplaatje voor de pensioenwereld van 9,2 miljard euro. Dat valt 100 miljoen euro lager uit dan in 2024.
Wanneer krijgt wanpresteren gevolgen?
Bedenk ook: deze kosten zitten soms versleuteld in de pensioenpremies. Of ze worden, deels of geheel, in mindering gebracht op uw rendement. En deze kosten komen jaarlijks terug. In goede én in slechte tijden.
En in de ‘euforie’ van de uitgedeelde reserves is niet tot iedereen doorgedrongen dat 2025 een slecht jaar was. Bell becijfert voor de tien onderzochte grote fondsen een (naar het beheerd vermogen gewogen) gemiddeld beleggingsverlies van 2,7 procent.
Er komt straks meer informatie, meer vergelijkingsmateriaal en dus meer vergelijkbaarheid tussen pensioenfondsen. Dan wordt zichtbaar wie puik presteert en wie niet. En hoe lang het duurt voordat wanpresteren gevolgen heeft.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


