Het enige juiste antwoord op China is een drastische verbetering van onze concurrentiekracht door technologische vernieuwing
Artikel beluisteren
Toen Donald Trump in 2018 zijn (eerste) handelsoorlog tegen China ontketende, vooral vanwege het grote en almaar groeiende bilaterale handelstekort van de VS met China, werd hij in Europa weggehoond. Dom, gevaarlijk, economisch analfabeet, zo luidde het oordeel. Had hij nooit een economieboek opengeslagen? Bilaterale handelstekorten zouden immers irrelevant zijn, en al twee eeuwen predikt de theorie van de internationale handel dat vrijhandel welvaart brengt. Een handelsoorlog schaadt iedereen, inclusief het eigen land. Ook zijn beschuldiging dat China een ‘currency manipulator’ zou zijn, werd smalend ontvangen.
Fast forward naar nu. Ursula von der Leyen en andere Europese leiders pleiten voor een dialoog met China omdat het bilaterale handelstekort van de EU met China in tien jaar tijd is verdubbeld. En de Duitse bondskanselier Merz beweert dat China de koers van de eigen munt al jaren manipuleert waardoor die zo’n 25 procent ondergewaardeerd is. Daardoor hebben Chinese producenten een oneerlijk voordeel. Bij ons dus ineens hetzelfde geluid dat we acht jaar geleden zo meewarig wegwuifden. Had Trump dan toch een punt?
Forse daling van het tekort
Een punt had hij zeker. Na China’s toetreding tot de WTO eind 2001 verloor de VS in tien jaar tijd een derde van zijn industriële werkgelegenheid. Maar belangrijker dan de vraag of Trump gelijk had, is wat we kunnen leren van het Amerikaanse beleid sindsdien.
Het Amerikaanse handelstekort met China is sinds 2018 fors gedaald. In 2018 importeerde de VS nog ruim 400 miljard dollar meer uit China dan het ernaartoe exporteerde. Biden zette Trumps protectionistische koers voort en aan het eind van diens regeerperiode was het tekort verminderd tot zo’n 300 miljard. Sinds ‘Liberation Day’ op 2 april vorig jaar is het Amerikaanse handelstekort met China versneld gedaald: het bedraagt nu nog ruim 150 miljard op jaarbasis.
Het aandeel van rechtstreeks uit China ingevoerde goederen in de totale Amerikaanse import daalde van 21 procent in 2018 naar 13 procent eind 2024 en tot minder dan 8 procent nu. Vergeleken met de EU, waar het tekort met China opliep van 113 miljard euro in 2018 naar meer dan 300 miljard nu, lijkt het Amerikaanse beleid een klinkend succes.
Maar dat beeld is misleidend. De Amerikaanse import uit China daalde, maar de import uit andere landen steeg juist snel, waardoor het totale Amerikaanse handelstekort toch toenam. Tegelijkertijd groeide de Chinese export vrolijk door. De conclusie dringt zich op dat Chinese goederen de Amerikaanse markt nog steeds bereiken, maar via een omweg. Of ze worden vervangen door producten uit andere landen. De totale Amerikaanse import ontwikkelt zich niet fundamenteel anders dan de Europese, waardoor de invloed van de Amerikaanse heffingen op hun import beperkt lijkt.
Het terughalen van industriële werkgelegenheid naar de VS is evenmin een daverend succes. De Amerikaanse industrie doet het weliswaar minder slecht dan de Europese, maar van een renaissance is geen sprake.
De mens is vindingrijk
Het grote probleem bij dit soort analyses is dat we niet weten wat er onder ander beleid zou zijn gebeurd. Het ontbreekt aan een ‘counterfactual’. Tentatief concludeer ik dat het Amerikaanse protectionisme weinig succesvol is. Misschien heeft het enkele negatieve trends vertraagd of gestopt, maar zeker niet, zoals wel was bedoeld, overtuigend omgekeerd.
Als liberale econoom vind ik dat eigenlijk heel mooi. Protectionisme is negatief, defensief beleid dat probeert de rest van de wereld buiten de deur te houden. Dat het weinig effect sorteert, suggereert dat mensen vindingrijk en ondernemend zijn. Ze vinden altijd een weg. Een minder optimistische interpretatie is dat overheden van landen die door protectionisme worden getroffen, slinkse wegen vinden om het protectionisme te omzeilen.
China blijft afhankelijk van export
Terug naar Von der Leyen en Merz. Ook zij hebben een punt. Misschien zelfs meer dan Trump destijds. Al sinds 2012 is het in China officieel beleid dat de binnenlandse consumptie de nieuwe groeimotor wordt in plaats van de export. Dat beleid is een complete mislukking. Onder meer door de voortslepende vastgoedcrisis, waardoor de woningen van veel huishoudens ‘onder water’ staan, houdt de Chinese consument de hand op de knip. Zo blijft China voor zijn economische groei afhankelijk van de export, waarschijnlijk nog meer dan tien jaar geleden. Op haar beurt is die economische groei cruciaal voor de sociale en politieke stabiliteit. Geen wonder dat nog altijd stevig op de export wordt ingezet.
Het voorbeeld van de auto-industrie
Nergens is dat zo zichtbaar als in de autosector. In 2021 exporteerde China 1,6 miljoen personenauto’s, iets meer dan 5 procent van de productie. Dit jaar stevent de export af op 10 miljoen stuks — bijna 30 procent van de productie. Spectaculair, zeker omdat Chinese auto’s de Amerikaanse markt vrijwel niet binnenkomen door de prohibitieve invoerheffingen (100%) op elektrische auto’s uit China.
Laat je de Chinese en Amerikaanse markten buiten beschouwing, dan groeide de mondiale automarkt sinds 2021 met ruim 10 miljoen stuks. Chinese fabrikanten voorzien in nagenoeg die hele toename van de vraag. Europese, Japanse, Koreaanse en Amerikaanse autobouwers hebben het nakijken. Ja, de Europese autobouwers hebben dat deels aan zichzelf te wijten (dieselgate, hun aanvankelijk aarzelende houding tegenover elektrisch rijden) maar de dreigende teloorgang van een sleutelindustrie kunnen we niet afdoen met onverschilligheid in de zin van ‘eigen schuld, dikke bult’.
Dialoog en invoerheffingen zijn geen oplossing
Wat staat Von der Leyen, Merz en andere Europese leiders nu te doen? Ze willen een dialoog met China om tot ‘evenwichtige oplossingen’ te komen. Dat klinkt nobel, maar is volstrekt kansloos. Exportgeleide groei is voor China van levensbelang. Chinese onderhandelaars zullen Europa eindeloos aan het lijntje houden. En zodra Europa een hardere toon aanslaat, dreigt China met tegenmaatregelen. Zij weten dat Europa van hen afhankelijk is wat betreft zaken als zeldzame aardmetalen, zonnepanelen, batterijen, magneten en andere producten die we niet snel van elders kunnen halen.
Trumpiaanse invoerheffingen zijn evenmin een oplossing. Niet alleen laat het Amerikaanse voorbeeld zien dat protectionisme weinig oplevert, ook zal China onmiddellijk vergeldingsmaatregelen treffen. Europa heeft niet de stalen zenuwen, niet de pijnbereidheid en niet het uithoudingsvermogen voor zo’n conflict.
De situatie dwingt tot een ongemakkelijke vraag: wat voor economische relatie kun je hebben met landen die totaal andere economische en politieke principes hanteren? Er zijn twee extreme antwoorden. Het eerste: als China ons producten wil verkopen ver onder onze kostprijs – vaak zelfs onder hun eigen kostprijs – moeten we die dankbaar aanvaarden, ook al schaadt het delen van onze eigen industrie. Het tweede: we moeten helemaal stoppen met handel met China. Geen van beide extremen spreekt mij erg aan.
De enige realistische oplossing dringt zich vanzelf op. Als we de handelsrelatie met China onevenwichtig vinden – en dat is ze – en als we die relatie niet willen verbreken maar ook onze industrie niet willen laten wegconcurreren, dan moeten we onze eigen concurrentiekracht drastisch versterken.
Wees vindingrijk
De Amerikanen hebben hun antwoord al: technologische dominantie. Kevin Warsh, de nieuwe baas van de Amerikaanse centrale bank, grapte onlangs dat AI niet staat voor ‘Artificial Intelligence’ maar voor ‘American Ingenuity’. Ik vrees dat daar meer dan een kern van waarheid in zit. In plaats van eindeloos keuvelen met Chinese onderhandelaars zouden Von der Leyen en consorten de hoogste prioriteit moeten geven aan het versterken van onze eigen concurrentiekracht. Ruim baan voor ‘European Ingenuity’ en minder voor CSRD, CSDDD, EUDR, GDPR, ‘net zero’ en CBAM. Ziet u het al gebeuren?
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


