Onze tolerante samenleving gaat naar de knoppen als we blijven doen alsof alle culturen ‘gelijkwaardig’ zijn
Artikel beluisteren
Rond de recente Pride-vieringen klonk de maatschappelijke alarmbel luider dan ooit. Uit een grootschalige enquête van NOS Stories onder ruim achtduizend lhbti+-jongeren bleek dat maar liefst vier op de tien zich onveilig voelt op school, en zes op de tien zich onveilig voelt op straat. Geweldsincidenten, zoals de mishandeling van een Pride-bezoeker in Amersfoort, onderstrepen de harde realiteit.
Media en bestuurders buitelen over elkaar heen om dit te veroordelen, maar lopen met een grote boog om de belangrijkste demografische oorzaken heen. In officiële rapportages wordt de afnemende acceptatie vaak toegeschreven aan de opkomst van de ‘manosfeer’. Dit is een verzamelnaam voor online netwerken en mannelijke influencers die via sociale media traditionele genderrollen verheerlijken en zich agressief keren tegen emancipatie. De problematiek wordt zo gereduceerd tot een universele strijd van ‘mannen tegen vrouwen’.
Onbetekenend detail
Een treffend voorbeeld zagen we bij de maatschappelijke verontwaardiging rond de tragische dood van de 17-jarige Lisa uit Abcoude. Protestgroepen trokken direct fietsend de nacht in om te demonstreren tegen femicide. Hoewel reguliere media de afkomst van de dader – een asielzoeker uit Nigeria die inmiddels heeft bekend – wel degelijk vermeldden, werd dit feit in de analyses steevast behandeld als een onbetekenend detail. De nadruk bleef liggen op de noodzaak om mannen te trainen hun pas in te houden in het donker.
Door de specifieke culturele achtergrond weg te poetsen als hoofdoorzaak, ontstaat een ideologische blinde vlek. Het weigeren om cultuur en herkomst mee te wegen in de analyse van gewelddadige intolerantie belemmert het vinden van een eerlijke oplossing.
De harde data van de cultuurkloof
Om te begrijpen waarom de maatschappelijke tolerantie onder druk staat, is een blik op internationale vergelijkende data essentieel. De empirische data van de World Values Survey (WVS) deelt samenlevingen wereldwijd in op basis van diepgewortelde morele overtuigingen via de Inglehart-Welzel-cultuurkaart.
Aan de ene kant staan samenlevingen die puur gericht zijn op traditie, collectieve gehoorzaamheid en fysiek overleven. Individuele afwijking van de patriarchale groepsnorm wordt streng afgestraft. Aan de uiterste andere kant bevindt zich de seculier-rationele cultuur die gericht is op zelfexpressie, individuele vrijheid en persoonlijke autonomie. Nederland – zie onderstaande figuur – bevindt zich mathematisch gezien in de uiterste hoek van dit spectrum als een van de meest vrijzinnige en individualistische landen ter wereld.

Wanneer we deze waardenkaart leggen over het specifieke dossier van seksuele diversiteit, worden de contrasten pas echt scherp. Het Williams Institute – een toonaangevend sociaal-juridisch onderzoeksinstituut verbonden aan de Universiteit van Californië, Los Angeles (UCLA) – kwantificeert de maatschappelijke lhbti-acceptatie wereldwijd in de Global Acceptance Index (GAI) op een schaal van één tot tien. De cijfers tonen een nagenoeg onoverbrugbare kloof tussen de Nederlandse cultuur en die van de belangrijkste herkomstregio’s van migratiestromen:
- Nederland bezet met een score van 9,46 wereldwijd de tweede plaats op de ranglijst van meest accepterende landen.
- Turkije strandt ver daaronder op de 90e plaats met een score van 3,94.
- Marokko zakt nog verder weg naar de 118e plaats met een score van 3,39.
- Somalië, representatief voor diverse grote asielstromen uit Sub-Sahara Afrika, scoort met een 1,59 nagenoeg het absolute minimum (172e plaats).
De culturele afstand tussen een samenleving met een score van bijna tien en instromende groepen uit culturen met een score tussen de één en vier is simpelweg te groot om bij het passeren van de grens op Schiphol of in Ter Apel te verdampen.
De data van de World Values Survey legt bovendien een ijzersterke correlatie bloot: de emancipatie van vrouwen en de acceptatie van homoseksualiteit gaan hand in hand. Landen die laag scoren op de as van zelfexpressie, kennen vrijwel zonder uitzondering een cultuur waarin de vrouw ondergeschikt is aan de man en homoseksualiteit taboe of wettelijk strafbaar is.
Dit is in Nederland geen nieuw fenomeen, maar een historisch continuüm. Al in de jaren tachtig, toen de eerste grote migratiestromen zich permanent in Nederland vestigden, kwamen deze spanningen aan het licht. Bij de organisatie van linkse manifestaties, zoals de traditionele 1 mei-vieringen, traden er destijds al fricties op tussen het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) – destijds geleid door de latere GroenLinks-duolijsttrekker Mohamed Rabbae – en de homorechtenorganisatie COC.
Omdat het KMAN moeite had met de openlijke aanwezigheid van een organisatie die opkwam voor homorechten, moest er achter de schermen worden gepolderd. Het resultaat was een ruimtelijk compromis waarbij de stands van beide organisaties zo ver mogelijk uit elkaar werden gezet.
Gezien de fundamentele verschillen in lhbti-acceptatie tussen Nederland en Marokko was die spanning toen al logisch. Vandaag de dag zien we dezelfde bestuurlijke spagaat: men kijkt nog altijd liever weg bij groepsgerelateerde intolerantie jegens homo’s en vrouwen, uit angst om voor bevooroordeeld te worden uitgemaakt.
De mythe van de automatische assimilatie
De hardnekkige aanname van het Nederlandse integratiebeleid is altijd geweest dat nieuwkomers na verloop van tempo automatisch de seculiere, liberale waarden van het gastland overnemen. De sociologische realiteit is echter weerbarstiger. Cultuurverandering verloopt niet lineair; waarden verschuiven dikwijls pas over een periode van vele generaties, áls ze al verschuiven.
Zodra migranten uit de officiële CBS-statistieken verdwijnen – omdat de formele definitie van een migratieachtergrond vaak stopt na de tweede generatie – ontstaat de statistische illusie dat de integratie is voltooid. In de praktijk blijkt echter dat ook de derde en vierde generatie Turken en Marokkanen zich qua huwelijksmoraliteit, religie en gezinscultuur nog zeer sterk oriënteren op het conservatieve land van hun grootouders.
Om het integratieproces werkelijk te begrijpen, is diepgaand onderzoek naar die derde generatie cruciaal. Dat de conservatief-religieuze waarden niet verdwijnen maar juist verankeren, blijkt uit recente demografische analyses. Steeds meer jongeren identificeren zich expliciet als moslim en inmiddels is één op de drie nieuw opgerichte basisscholen in de grote steden islamitisch van signatuur.
Richting een ‘samenleving van minderheden’?
Sociologen schetsen dat Nederland in hoog tempo afstevent op een zogenaamde majority-minority- samenleving: een land waarin de oorspronkelijke bevolking in de grote steden een minderheid vormt binnen een mozaïek van andere minderheidsgroepen. In zo’n gefragmenteerde samenleving zullen de patriarchale en conservatieve normen van snelgroeiende, religieuze gemeenschappen onvermijdelijk zwaarder gaan wegen in de publieke ruimte.
Als Nederland zijn zwaarbevochten liberale verworvenheden – zoals de fysieke veiligheid en gelijkwaardigheid van vrouwen en LHBTI-personen – wil beschermen voor de toekomst, moet het de dogma’s van het multiculturalisme durven loslaten. We moeten durven erkennen dat niet alle culturen gelijkwaardig zijn als het gaat om individuele vrijheid. De empirische data van de World Values Survey ligt al decennia op tafel; het wordt hoog tijd dat bestuurlijk en journalistiek Nederland de cultuurkaart leert lezen voordat de tolerantie definitief bezwijkt onder de import van intolerantie.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


