Met politieke staking willen vakbonden de kiezers passeren en het kabinet dwingen tot een links akkoord

MennoTamminga 1-9-26
Hans Spekman spreekt het oprichtingscongres van PRO toe. Beeld: YouTube

Artikel beluisteren

Wie regeert Nederland? De staat of de straat?

De komende weken weten we het.

Vanaf komende donderdag houden vakbonden FNV, CNV en VCP stakingen en protestacties. Ze ageren tegen voorgenomen besparingen van ruim 6 miljard euro van het kabinet-Jetten op de sociale zekerheid.

Poldermacht

De bonden voeren geen acties voor hogere lonen of kortere werkdagen. Ze ageren niet tegen een werkgever, maar tegen het voorgenomen kabinetsbeleid. Tegen de uitkomsten van het politieke onderhandelingsproces. Dat maakt deze acties een politieke staking. Die zijn in Nederland zeldzaam en controversieel, waarover later in deze column.

Voor de bonden staat veel op het spel. FNV en CNV hebben nieuwe voorzitters. FNV kon eerder dit jaar alleen dankzij ingrijpen van de rechter zijn bestuurlijke verlamming doorbreken. De bonden verliezen al jaren leden. Daardoor is hun relevantie op de werkvloer gekrompen.

Hun macht is verschoven naar de ‘polderinstituties’ uit de periode 1945-1950, zoals de Stichting van de Arbeid en de Sociaal Economische Raad. Daar zijn ze nog gelijkwaardig aan werkgevers en kunnen ze zaken proberen te doen met ministers. Hun ‘poldermacht’ is onevenredig groot ten opzichte van hun ledenaantallen en dat spelen ze kundig uit.

Achter de acties en stakingen zit een uitgekiende organisatie voor maximaal effect. Een actieweek is als een festival. Er is een doorlopend programma, er zijn support acts en een hoofdpodium met spektakel.

Het doorlopende programma zijn de estafettestakingen per provincie of landsdeel. Vol vertrouwde namen en sectoren waar de bonden sterk zijn. Acties op een leeg parkeerterrein stralen geen vakbondsmacht uit. Dus: scheepsbouw in het ‘rode’ Noorden, de havens, vrachtwagenfabrikant Scania (Zwolle) en staalbedrijf Tata (Velsen/IJmuiden).

In de gezondheidszorg staakt men niet graag, dus in ziekenhuizen zijn (korte) sit-ins gepland. Dat zijn de support acts.

Spoorstaking

Het hoofdpodium is voor ambtenaren en andere overheidswerknemers en voor het personeel van de Nederlandse Spoorwegen. Op 9 september staakt het OV-personeel, al ben ik benieuwd naar de stakingsbereidheid bij commerciële vervoersbedrijven, zoals Arriva.

De stakingen en acties zijn gericht tegen voorgenomen besparingen in de sociale zekerheid van het kabinet. Vandaar het tijdstip: daags voor Prinsjesdag. Of het kabinet zijn plannen ook doorzet is op het moment van schrijven van deze column nog onduidelijk. Duidelijk is wél dat deze stakingen een politiek karakter hebben. De stakers willen het kabinet én de Tweede Kamer onder druk zetten.

Maanden plat

Politieke stakingen zijn in Nederland ongebruikelijk. In 1983 lag Nederland bijna twee maanden plat omdat werknemers bij de overheid (zoals vuilnisophaal) en overheidsbedrijven (zoals de post) staakten tegen verlaging van ambtenarensalarissen en sociale uitkeringen met 3,5 procent. Het werd een verlaging met 3 procent. Het was deels een staking tegen het kabinet-Lubbers, deels een staking tegen de overheid als werkgever.

In 2004 was het politieker. Stakingen tegen de maatregelen van het kabinet-Balkenende Twee om vroegpensioen terug te draaien. De stakingen mondden uit in een demonstratie op een zaterdag op het Amsterdamse Museumplein. De actievoerders vertraagden de invoering van de kabinetsplannen. De bonden zagen het niet als politieke stakingen. Want pensioen is een arbeidsvoorwaarde, toch?

Werkgevers solidair

Deze stakingen zijn puur politiek. Met de werkgevers hebben de bonden weinig conflicten de laatste tijd. De krappe arbeidsmarkt is hun ideale bondgenoot. Werkgevers accepteren hogere looneisen.

Sterker nog: de werkgevers vinden óók dat het kabinet beter naar hen en naar de bonden moet luisteren. Ook zij hekelen de sociale besparingen. Er zijn dringender zaken, menen ze. Ook zij zijn ontevreden over hun gebrek aan zeggenschap bij de werknemersverzekeringen.

De bonden verwerpen de wijze van financiering van de extra miljarden voor defensie. Het kabinet int de zogeheten vrijheidsbijdrage via de arbeidsongeschiktheidspremies.

Het gaat dus om geld én om macht. En de bonden gaan voluit omdat ze óók weten dat het kabinet een groot sociaal akkoord wil met hen en met de werkgevers over de toekomst van de sociale zekerheid.

De bonden gedragen zich alsof zij politieke partijen zijn. Dat zijn ze juist níet. Ze onderhandelen over arbeidsvoorwaarden met werkgevers. Niet over begrotingen en politieke keuzes van gekozen volksvertegenwoordigers. Ze eigenen zich met enig machtsvertoon een rol toe die ze niet hebben. En door dat te doen, kiezen ze partij.

De ‘rode familie’ sluit de rijen. FNV-voorzitter Hans Spekman stond als fan op het podium van het oprichtingscongres van Progressief Nederland (GroenLinks-PvdA). FNV steunt PRO-partijleider Jesse Klaver en Klaver komt het kabinet niet tegemoet als Spekman dat niet wil.

Bond of partij?

Potentiële leden van FNV, zeg maar: de meeste kiezers, zullen zich afvragen: word ik lid van een bond of van een partij. Andere politieke partijen zullen denken: welke belangen behartigt de FNV? Die van de kiezers van Klaver of die van zijn eigen leden?

Als Spekman zijn zin krijgt, wint de straat en smeert hij het kabinet een meerderheid op links aan, terwijl de kiezers massaal rechts van het midden hebben gestemd.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!