Hoe lang kan het waandenkbeeld dat mensen blanco geboren worden nog in stand blijven?
Artikel beluisteren
Ooit waren de vaktijdschriften Science en Nature bastions van de Wetenschap; de onomstreden top voor onderzoekers die daarin een artikel gepubliceerd kregen. In menig land, met name China, kan één artikel in Nature of Science je carrière de beslissende zet geven richting tenure, de vaste aanstelling als hoogleraar.
Hoewel in beide bladen nog steeds excellent onderzoek gepubliceerd wordt, heeft de woke breinrot ook hier toegeslagen. De huidige hoofdredacteur van Science, Holden Thorp – die claimt ‘op het autistische spectrum’ te zitten, ook al zo’n teken aan de wand – praat het modieuze narratief na over ‘inheemse wijsheid’ die een volwaardige plaats naast de westerse wetenschap zou verdienen. Voor de duidelijkheid: niet als studieobject, maar als concurrerende bron van kennis. In een hoofdredactioneel commentaar in september 2024 ging Thorpe door het stof voor zelfbenoemde vertegenwoordigers van Native Americans, en gaf gewoon toe dat hij ze als censors en sensitivity readers had laten optreden voor hij zijn redactioneel publiceerde.
Woke wegkijkerij
Onder zijn bewind zien we onderzoekers in hun artikelen steeds vaker lippendienst bewijzen aan deze nonsens: ze prijzen de onmisbare bijdragen van ‘inheemse mensen’ aan hun onderzoek op het gebied van milieu of ecologie, waarbij volstrekt vaag blijft wat die bijdragen concreet voorstelden. Let wel: uiteraard bestaan er inheemse mensen die bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek, namelijk degenen die opgeleid zijn als onderzoeker, maar aan hen zijn zulke gratuite lofprijzingen nu juist niet gericht.
Nature is evenmin immuun gebleken. Deze week publiceerde het blad een hoofdredactioneel commentaar over de zaak-Jason Arday dat een schoolvoorbeeld is van woke wegkijkerij. ‘De dood van een autistische zwarte geleerde die een hele generatie inspireerde is schokkend’, geeft de teneur goed weer. Voor de redactie van Nature staat buiten kijf dat hier een racistische lynching door de media heeft plaatsgevonden. Zo zeggen ze het niet letterlijk, maar zo leest het wel.
Voor hen is er niets vreemds aan, dat een overduidelijk fabulerende fraudeur kon worden benoemd tot hoogleraar sociologie in Cambridge, en ze erkennen dit ook niet als symptoom van het veel bredere probleem van de DEI-cultus aan westerse universiteiten.
Integendeel, voor Nature is dit een bewijs te meer dat westerse universiteiten en onze maatschappij systemisch racistisch zijn. Ze weten zelfs wat er nu bij zwarte wetenschappers door het hoofd spookt: ‘De vraag die velen zich stellen is: Ben ik de volgende?’
Sprookje
Het antwoord is nogal simpel: nee, jij bent niet de volgende als je niet liegt, niet fraudeert en geen plagiaat pleegt. Maar Nature suggereert dat je als zwarte wetenschapper desondanks ten prooi kunt vallen aan een georchestreerde heksenjacht door de media. Ook kakelt Nature het sprookje na, als zouden blanke wetenschappers nooit hard afgerekend worden op wetenschappelijk wangedrag. In Nederland alleen al zijn er legio tegenvoorbeelden, en internationaal zijn J. Hendrik Schön, Didier Raoult en Paolo Macchiarini spectaculaire voorbeelden uit een lange lijst.
Overigens worden juist blanke academici met pek en veren uit de academie verjaagd zodra ze één stap buiten het enige politiek correcte pad zetten. Larry Summers moest in 2006 aftreden als president van Harvard omdat hij waagde te opperen dat vrouwen minder aanleg hebben voor beta-studies dan mannen. Nobelprijswinnaar James Watson, mede-ontdekker van de structuur van het DNA, werd van al zijn eretitels beroofd en tot paria verklaard omdat hij in 2007 wat ontactisch geformuleerde opvattingen over mogelijke verschillen in intelligentie tussen rassen ten beste gaf.
Darwin-ontkenning
De grondoorzaak van de hele DEI-obsessie is het waandenkbeeld dat alle mensen mentaal blanco geboren geworden. Steven Pinker schreef daar een wereldberoemd boek over: The Blank Slate. Dit is de opvatting dat mensen puur een product zijn van hun opvoeding en socio-culturele omgeving.
In de menswetenschappen (uitgezonderd geneeskunde) heerst namelijk nog altijd de Darwin-ontkenning dat genen weliswaar triviale lichamelijke eigenschappen als oogkleur en gluten-allergie bepalen, maar niets te maken mogen hebben met persoonlijkheid (althans bij mensen; zelfs de meest woke antropologen zijn banger voor pitbulls dan voor Golden Retrievers).
Zo is dat recentelijk nog als dogma opgeschreven in Science, met de zegen van Holden Thorp: ‘Genderrollen zijn sociale constructies. (…) Verschillen in complexe eigenschappen (zoals activiteiten, talenten en interesses) tussen individuen (hebben) geen biologische basis, maar worden verklaard door socioculturele factoren.’
Oplossing: meten met twee maten
In dit door sociale wetenschappers bewaakte paralleluniversum bestaan geen intrinsieke verschillen tussen groepen mensen. Als er nauwelijks vrouwelijke computerprogrammeurs zijn, komt dit door mannelijke onderdrukking of rolbevestigende conditionering. Als zwarte studenten ondervertegenwoordigd zijn in exacte studies aan de universiteiten, moet dit een gevolg zijn van discriminatie door de witte suprematie.
De oplossing is: DEI-beleid. Dit houdt in: meten met twee maten gebaseerd op sekse, of op ras, bij het aannemen van studenten en sollicitanten. In theorie is zulke positieve discriminatie een tijdelijke maatregel, totdat de groep in kwestie evenredig aan haar aandeel in de hele bevolking vertegenwoordigd is. In de praktijk heeft positieve discriminatie dit doel nog nooit bereikt, en zal eenmaal ingevoerd DEI-beleid nooit meer afgeschaft worden door degenen die het ingevoerd hebben.
In dit paralleluniversum zijn achterstelling en discriminatie van iedereen die geen blanke man is een feitenresistent geloofsartikel. Daarentegen laat recent onderzoek zien dat in het Westen niet vrouwen, maar mannen massaal achtergesteld worden bij sollicitaties en bij het verlenen van onderzoeksbeurzen. Blanke en aziatische studenten moeten aan veel hogere eisen voldoen dan zwarten en hispanics om te worden toegelaten tot top-universiteiten in de VS.
Blinde audities
Ooit ijverden feministen voor ‘blinde’ (alleen op het gehoor) audities voor felbegeerde plaatsen in orkesten, omdat er te weinig vrouwen door de selectie kwamen. Toen die blinde audities werden ingevoerd en er nog minder vrouwen door de selectie kwamen, moesten die volgens de feministen weer worden afgeschaft in naam der gelijkheid. Dit is de wereld waarin mensen als Jason Arday op een voetstuk gehesen worden en tragisch ten val komen zodra de realiteit aanklopt.
Big five
Recent onderzoek bevestigt nog maar weer eens dat genen tot op grote hoogte de persoonlijkheid bepalen. Voor intelligentie was dat al lang vastgesteld: je IQ-score is voor meer dan de helft erfelijk bepaald. Deze week – in hetzelfde nummer van Nature als bovengenoemd redactioneel – publiceerde een internationale groep van tientallen onderzoekers dat ze 1260 genlocaties geïdentificeerd hebben die te maken hebben met de Big Five, persoonlijkheidskenmerken die als fundamenteel beschouwd worden in de psychologie: extraversie, sympathiekheid, gewetensvolheid, neuroticisme en nieuwsgierigheid.
Ze deden dat op basis van data van een miljoen mensen van wie het DNA gescand was, en bij wie een vragenlijst was afgenomen die een score geeft voor deze persoonlijkheidskenmerken. Hoewel die 1260 locaties maar 10-15% procent van de variantie in die scores verklaarden, is dit duidelijk het topje van de ijsberg. Deze manier van scannen gooit namelijk een vrij wijdmazig sleepnet uit over het DNA, en ook zo’n vragenlijst is een nogal beperkt instrument om in iemands hoofd te kijken. Het is duidelijk dat iemand niet zeer extravert is omdat hij of zij de juiste varianten van slechts twee of drie genen heeft; dat is een samenspel van vele genen die in de hersenen tot expressie komen, en waarvan we nog heel weinig weten.
Maar het zou wel een mirakel zijn, als ondanks natuurlijke selectie gedurende tienduizenden jaren in geografisch gescheiden gebieden, al die honderden genvarianten homogeen over Aziaten, Indianen, Europeanen en Eskimo’s waren uitgestrooid. Conclusie: er moeten talloze genetisch bepaalde verschillen tussen groepen mensen bestaan.
Je hoort daar nogal eens tegen inbrengen, dat Homo Sapiens te kort bestaat (circa 200.000 jaar) om de evolutie z’n werk te laten doen, zodat we in wezen allemaal genetisch gelijk zijn aan de kleine groep mensen die ooit uit Afrika vertrok en de wereld veroverde.
Kwakzalversremedie
Wie dat gelooft, heeft een heel raar idee van evolutie. Al in 1959 slaagde de Russische geneticus Dmitry Belyaev erin om zilvervossen binnen tien generaties te transformeren van wilde, solitaire jagers tot knuffelbare huisdieren, puur door alleen de van nature meest mensvriendelijke vossen zich te laten voortplanten. Net zo kan bij mensen ‘cultuur’ in een paar eeuwen ‘natuur’ worden: als een cultuur hoge prijs stelt op sociaal gedrag en samenwerking, en zulke individuen beloont met een betere kans op voortplanting dan de eigengereide individualisten, dan is de hele populatie binnen een paar eeuwen genetisch socialer geworden. Andersom kan dus ook: als natuur en cultuur in een bepaald gebied vooral roverhoofdmannen en dergelijke types voortplantingssucces bieden, gaat dat na eeuwen de hele populatie in de genen zitten.
Zulk grootschalig genetisch onderzoek is pas recentelijk haalbaar en betaalbaar geworden, en zal het paralleluniversum van de Blank Slate steeds moeilijker te verdedigen maken. Voorlopig werkt hun kwakzalversremedie nog: zulk onderzoek taboe verklaren en bij het minste of geringste de racisme-kaart trekken.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


