Hoe D66 en PRO de ontwikkelingshulp-bezuinigingen van het kabinet-Schoof terugdraaien
Artikel beluisteren
Minister Sjoerdsma (D66) haalde afgelopen week 1,1 miljard euro extra binnen voor ontwikkelingshulp voor de komende drie jaar. Het is een deal met PRO om de begroting 2027 veilig te stellen. Dit bedrag is slechts een onderdeel van de operatie die sinds de val van het kabinet-Schoof is ingezet door D66, PRO en bevriende NGO’s om de geldstromen te herstellen.
Trendbreuk in de macht van ontwikkelingsclubs
Klevers bezuinigingen op ontwikkelingshulp betekenden in 2024 een trendbreuk met de decennialange invloed en groei van Nederlandse NGO’s en andere organisaties die actief zijn in ontwikkelingslanden. Ze kreeg het in het kabinet-Schoof voor elkaar om honderden miljoenen te bezuinigen op ontwikkelingshulp in 2025 – in 2027 zou dat jaarlijks zelfs structureel 2,4 miljard euro zijn.
Vooral op NGO’s werd door Klever flink bezuinigd. Organisaties zoals Oxfam Novib, Cordaid en COC krijgen al jarenlang miljoenensubsidies van het ministerie van Buitenlandse Zaken om vastgestelde projecten in ontwikkelingslanden uit te voeren. Voor de periode 2026-2030 geldt daarvoor het nieuwe beleidskader ‘Focus’, de opvolger van het eerdere programma Versterking Maatschappelijk Middenveld (VMM). Het richt zich op acht terreinen, waaronder het bestrijden van hiv/aids, het bevorderen van schone en eerlijke handel, vrouwelijk ondernemerschap, het tegengaan van geweld tegen vrouwen en het beschermen en promoten van mensenrechten en fundamentele vrijheden.
Klever stelde voor dit beleidskader oorspronkelijk een budget vast van 490 miljoen euro – bijna een miljard minder dan het oudere VMM-programma onder minister Kaag (1,4 miljard euro), dat liep van 2021 tot en met 2025.
Strenger subsidiecriterium
Daarnaast verhoogde Klever het financiële drempelcriterium voor subsidie van Buitenlandse Zaken (BZ). Volgens de toen bestaande norm moest een organisatie minstens 25% van haar inkomsten halen uit niet-BZ-bronnen. Ze mocht dus voor maximaal 75% afhankelijk zijn van geld van Buitenlandse Zaken. Een vrij ruime, soepele eis. Klever verhoogde die norm tot 50%: een organisatie moest minstens 50% van haar inkomsten uit niet-BZ-bronnen halen – en mocht dus maar voor maximaal 50% afhankelijk zijn van Buitenlandse Zaken. Een aanmerkelijk strengere eis dan voorheen.
Alle gefinancierde ontwikkelingshulp moest voortaan, zo zei Klever, ‘direct bijdragen aan ons eigen belang’. Tientallen organisaties zoals Oxfam Novib en UNICEF dreigden zo grote subsidies kwijt te raken.
Klevers bezuinigingen bleken van korte duur. Het kabinet-Schoof viel in juni 2025 doordat de PVV er een eind aan maakte, en daarmee verdween ook het strengere ontwikkelingshulpbeleid. Vrijwel direct na de kabinetsval kwamen de eerste initiatieven om de bezuinigingen van Klever ongedaan te maken.
Al een maand later lukte het GroenLinks-PvdA Kamerlid Daniëlle Hirsch en NSC-Kamerlid Ria de Korte om via een amendement het Focus-budget op te hogen met 22 miljoen euro per jaar, waarmee het totale budget voor het beleidskader niet langer 490, maar 600 miljoen euro is tot en met 2030.
Versoepeling subsidiecriterium
Ook Klevers plan om projecten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid stop te zetten, werd direct teruggedraaid. Een amendement van Hirsch, Bamenga (D66), Dassen (Volt), Dobbe (SP) en De Korte (NSC) om dat budget te verhogen met 20 miljoen euro per jaar in 2026 en 2027 kreeg brede steun in beide Kamers.
Later werd ook het 50%-drempelcriterium versoepeld. Het kabinet vormde dit om naar een maximaal te ontvangen subsidiebedrag: een organisatie kan nu evenveel subsidie krijgen als ze aan niet-BZ-inkomsten ontvangt. Een organisatie met een gemiddeld jaarinkomen van 20 miljoen euro, waarvan 12 miljoen BZ-inkomsten en 8 miljoen niet-BZ-inkomsten, zou onder de oude 50%-regel géén subsidie krijgen – onder het nieuwe criterium wél, tot maximaal 8 miljoen euro per jaar.
Kabinet-Jetten vervolgt hersteloperatie
Die hersteloperatie gaat door onder het kabinet-Jetten. In het regeerakkoord spreekt het kabinet het doel uit om te investeren in ontwikkelingssamenwerking en toe te werken naar de OESO-norm van 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen voor het ODA-budget (‘Official Development Assistance’).
Voor 2026 is dat het kabinet, dankzij een akkoordje met PRO, al gelukt: minister Sjoerdsma (D66) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking haalt met een ‘kasschuif’ 380 miljoen euro uit de begrotingen voor 2028-2029 en 2031 naar dit jaar.
Daarnaast trekt het kabinet voor de komende drie jaar 1,1 miljard euro extra uit voor ontwikkelingshulp. Ook dat lijkt het resultaat van een deal met PRO, die nodig was om voldoende steun voor de begroting te krijgen.
NGO-ontwikkelingsprojecten weinig effectief
Voor ontwikkelingslanden zelf zullen die extra miljarden weinig doen. De overheid concludeerde namelijk zelf al eerder, in een evaluatie van de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat NGO-ontwikkelingsprojecten minder effectief zijn dan bedoeld. Uit de IOB-evaluatie van de Nederlandse bijdrage aan seksuele en reproductieve gezondheid en dito rechten tussen 2012 en 2022 blijkt dat NGO-projecten te weinig worden geëvalueerd, waardoor ‘analyses van kosteneffectiviteit en kostenefficiëntie ontbreken’.
NGO-partnerschappen hebben ‘vanwege de complexe opzet (…) ook te maken met bureaucratisch programmabeheer, hoge operationele kosten en vertragingen in de uitvoering’. In het evaluatierapport wordt een voorbeeld gegeven: voor de tien NGO-partnerschappen tussen 2016 en 2020 was 316 miljoen euro beschikbaar; circa 100 miljoen euro daarvan ging niet naar het project zelf, maar naar overhead, management, administratie, communicatie en monitoring.
De volledige, Engelstalige IOB-evaluatie stelt zelfs de vraag of de Nederlandse interventies in ontwikkelingslanden überhaupt hebben bijgedragen aan de waargenomen resultaten, ‘met name op het niveau van de uitkomsten en de effecten’.
Hersteloperatie voor behoud nauwe banden
Het is niet ondenkbaar dat de hersteloperatie van het kabinet-Jetten, in samenwerking met PRO, vooral bedoeld is om de nauwe banden met de grote NGO’s in leven te houden.
Daniëlle Hirsch, voormalig Tweede Kamerlid voor GroenLinks-PvdA en initiatiefnemer van de twee eerdergenoemde amendementen, zat van 2010 tot 2014 in het bestuur van Partos, een lobbynetwerk en branchevereniging voor internationale samenwerking waar meer dan 100 Nederlandse (ontwikkelings)organisaties bij zijn aangesloten – waaronder Oxfam Novib, Cordaid, COC Nederland en Milieudefensie. In dezelfde tijd dat Hirsch in het bestuur zat van Partos, was ze ook directeur van klimaatstichting Both Ends, dat ook aangesloten is bij Partos.
PRO-Kamerlid Tom van der Lee heeft een verleden bij Oxfam Novib, als Director of Advocacy and Campaigns (2009-2017). PRO-senator Farah Karimi, die een belangrijke rol speelde bij het losweken van steun voor de herstelmaatregelen in de Eerste Kamer, was algemeen directeur van Oxfam Novib tussen 2008 en 2018 en tot 2024 lid van de Raad van Toezicht van PAX for Peace, óók een Partos-lid en subsidieontvanger van de overheid.
Ook D66-Kamerlid Anne-Marijke Podt heeft een verleden in de ontwikkelingssector: van 2007 tot 2014 werkte ze bij IICD, een door het ministerie van Buitenlandse Zaken opgerichte NGO die zich specialiseerde in ICT als ontwikkelingsinstrument. Tussen 2018 en 2021 was ze voorzitter van de Raad van Toezicht van ActionAid Nederland, een NGO voor gelijkheid en vrouwenrechten. Ook ActionAid is aangesloten bij het Partos-netwerk.
Geld naar bevriende NGO’s moet weer vloeien
De bezuinigingen van het kabinet-Schoof op ontwikkelingshulp waren voor de gevestigde politieke orde en haar bevriende NGO’s kennelijk te radicaal om te handhaven. Nog voordat het stof van de kabinetsval was neergedaald, lagen de eerste amendementen al klaar om de geldstroom weer op gang te brengen.
Onder het nieuwe kabinet hebben D66 en PRO zo de financiering gered van organisaties waar hun eigen mensen decennialang de dienst hebben uitgemaakt. Dat de eigen IOB-evaluatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken vaststelt dat die NGO-projecten nauwelijks aantoonbaar effect hebben in de landen waar het om zou moeten gaan, doet kennelijk niet terzake. Het geld vloeit weer naar het netwerk dat het hardst heeft gelobbyd om herstel – daar gaat het om.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


