Jongeren draaien op voor onze hoge uitgaven aan ouderenzorg
Artikel beluisteren
In Frankrijk is een generatiestrijd gaande. Al meer dan drie weken protesteren Franse middelbare scholieren tegen de erbarmelijke omstandigheden in het onderwijs. Ze eisen dat de overheid eindelijk werk maakt van de aanpak van het lerarentekort, de roostergaten en lange lesdagen, en de slechte staat van onderhoud van scholen waar de wc’s soms overlopen en de ratten door de gangen lopen. De betogingen en bezettingen van scholen worden door de Franse politie hardhandig de kop ingedrukt. De agressie van de jongeren richt zich tegen de Franse overheid, maar eigenlijk is het een conflict tussen jongeren en ouderen.
Geld om aan de eisen van de scholieren tegemoet te komen en het middelbaar onderwijs te verbeteren heeft de Franse overheid vrijwel niet. Het begrotingstekort bedraagt dit jaar 5,4% en de staatssschuld ruim €3500 miljard ofwel 119% van het nationaal inkomen. Beleggers die deze staatssschuld financieren, verliezen het vertrouwen in de kredietwaardigheid van Frankrijk. De rente op nieuwe leningen is opgelopen tot 5%. De uitgaven aan rente en aflossing van de staatssschuld zijn hoger dan de uitgaven aan onderwijs.
Veel eerder met pensioen
Beleggers hebben inmiddels meer vertrouwen in landen als Italië en Griekenland. Deze landen kunnen goedkoper lenen dan Frankrijk. Wat ook niet helpt is dat Marine Le Pen, de leider van de rechtse Rassemblement national, aan kop gaat in de peilingen voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar. Beleggers verwachten dat onder haar leiding de financiële problemen alleen maar groter worden. De links-radicale presidentskandidaat Jean-Luc Mélenchon wil de staatsschuld zelfs ‘in de fik steken’. Ook dit draagt niet bij aan het vertrouwen van de financiers van deze staatsschuld.
Ongeveer een kwart van de totale overheidsuitgaven in Frankrijk wordt besteed aan pensioenen. In Nederland zijn de AOW-uitgaven minder dan 6% van de totale overheidsuitgaven. Fransen sparen niet, zoals wij, voor hun pensioen maar laten de pensioenen door de belastingbetaler betalen. Bovendien gaan Fransen ook nog eens veel eerder met pensioen dan wij. De officiële pensioenleeftijd in Frankrijk is 62 jaar, bij ons is dat 67. De gemiddelde leeftijd waarop werkenden met pensioen gaan is 60,4 in Frankrijk en 64,7 in Nederland.
Pogingen van president Macron om de pensioenleeftijd te verhogen riepen zoveel weerstand op dat ze geschrapt zijn. Om de overheidsfinanciën niet volledig te laten ontsporen bezuinigde het Franse kabinet de afgelopen jaren op de lerarensalarissen, niet op de pensioenen. Marie Le Pen belooft dat als zij president wordt, de huidige pensioenleeftijd van 62 jaar niet verhoogd wordt, maar verlaagd naar 60 jaar.
Frankrijk heeft geen geld om het onderwijs voor jongeren te verbeteren omdat ouderen vroeg stoppen met werken en het land enorm veel geld uitgeeft aan pensioenen.
Verandering in zorg- en onderwijsuitgaven
Nederland is gelukkig Frankrijk niet. De tegenstellingen tussen generaties zijn hier minder groot. Wij sparen grotendeels voor ons pensioen en we werken langer door. Maar ook bij ons worden de tegengestelde belangen van jongere en oudere generaties steeds scherper.
Hoe de balans tussen jongeren en ouderen is veranderd, valt goed te zien aan de ontwikkeljng van de onderwijs- en zorguitgaven. Vijftig jaar geleden gaven we meer uit aan onderwijs dan aan zorg: de collectieve zorguitgaven bedroegen in 1976 ongeveer 4% van het nationaal inkomen, terwijl ruim 6% van het nationaal inkomen werd uitgegeven aan onderwijs. Nu geven we meer dan 10% van het nationaal inkomen uit aan zorg en minder dan 6% aan onderwijs.
Meer luxe en kwaliteit
Deze verschuiving van jong naar oud komt deels door de demografische verandering: er zijn minder jongeren en meer ouderen. Deels komt het doordat de zorguitgaven meer gecollectiviseerd zijn: private zorguitgaven zijn gedaald, collectieve uitgaven gestegen. De collectieve zorgverzekering is uitgebreid tot de hele bevolking. Meer dan in 1976 betalen jongeren nu voor de zorguitgaven voor ouderen, dragen de hogere inkomens meer bij aan de zorgkosten en zijn de verschillen in premies tussen zorggebruikers en niet-gebruikers kleiner geworden.
Maar deels komt het ook doordat duurdere medische technologieën, meer luxe en kwaliteit en een verruiming van de aanspraken de zorguitgaven veel harder hebben doen stijgen dan de onderwijsuitgaven. Met als gevolg een verschuiving in de collectieve uitgaven van jong naar oud.
Dreigen met bezuinigen op onderwijs
Ouderen zijn een steeds machtiger lobbygroep geworden. In het coaltieakkoord van het huidige kabinet was afgesproken om vanaf 2033 de AOW-leeftijd een-op-een te koppelen aan de stijging van de levensverwachting. Nu gaat de AOW-leeftijd nog met twee maanden omhoog voor elke drie maanden dat de levensverwachting stijgt. In veel beroepen (waaronder het mijne) kunnen werkenden zonder veel problemen langer doorwerken. Dit plan moest het kabinet evenwel onder grote druk van de vakbonden en de populistische oppositie intrekken.
Het kabinet hoopt nu op een sociaal akkoord met vakbonden en werkgevers over hervorming van de sociale zekerheid en de kosten van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Als stok achter de deur dreigt het kabinet Jetten €1,2 miljard te bezuinigen op onderwijs als de bezuinigingsdoelstelling voor de sociale zekerheid niet wordt gerealiseerd. Dit jaar wordt al €800 miljoen op onderwijs bezuinigd. Deze bezuiniging dateert nog van het kabinet-Schoof. Datzelfde kabinet-Schoof trok een bezuiniging van €165 miljoen op het scholingsbudget van zorgmedewerkers schielijk in toen de zorgsector daar bezwaar tegen maakte.
Zorglasten voor jongeren stijgen wat minder dan voor ouderen
Toch zijn er ook bezuinigingen die vooral ouderen raken en jongeren ontzien. Na acht jaar is eindelijk weer het eigen risico aangepast aan de stijging van de zorgpremie. Het komend jaar gaat het eigen risico met €15 omhoog naar €400 per jaar. Het kabinet-Schoof wilde het eigen risico nog meer dan halveren. Door de verhoging van het eigen risico, zal de zorgpremie minder te stijgen. Per saldo betekent dit dat de lasten voor ouderen die veel zorg gebruiken wat meer en die van jongeren die weinig of geen zorg gebruiken wat minder omhoog gaan.
In Nederland zijn niet, zoals in Frankrijk, de pensioenen het probleem, maar zorgkosten, en dan met name de kosten van de ouderenzorg. Wij geven minder geld uit aan geneeskundige zorg, maar veel meer aan ouderenzorg dan andere Europese landen.
Cijfers van de OESO geven aan dat Nederland 4,1% van het nationaal inkomen aan langdurige zorg besteedt. Dat is meer dan elk ander land in Europa. Duitsland en Frankrijk geven maar 2,5% en 2,4% van hun nationaal inkomen hier aan uit. Ruim 29% van de zorguitgaven in ons land gaat naar langdurige zorg. Dat is ook veel meer dan elders. In werkelijkheid is het verschil nog groter omdat de OESO de uitgaven aan maatschappelijke ondersteuning niet meetelt en daar geeft Nederland ook meer aan uit dan andere landen.
Wees rechtvaardig voor jong en oud
Het kabinet-Jetten wil een staatscommissie-Zorg advies laten uitbrengen hoe de zorg financieel houdbaar en toekomstbestendig blijft. Deze commissie zal daarbij vooral naar de ouderenzorg moeten kijken. Voor een toekomstbestendig stelsel zou de commissie ook rekening moeten houden met een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten van de collectieve (zorg)uitgaven tussen jongere en oudere generaties.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


