Wanneer komt er in Nederland een einde aan de tragedie van het neef-nichthuwelijk?
Artikel beluisteren
Ieder jaar worden in Nederland in islamitische families een paar honderd kinderen geboren met ernstige geestelijke afwijkingen omdat de ouders neef en nicht zijn van elkaar. Verantwoording van mijn cijfer: er zijn per jaar ongeveer 30.000 geboorten in islamitische families; in de herkomstlanden Marokko, Turkije en Syrië zijn drie op de tien huwelijken tussen neven en nichten, in Pakistan en Afghanistan vijf op de tien. Als we optimistisch aannemen dat het percentage in Nederland de helft is van het percentage in het herkomstland, dan gaat het om 4500 tot 5000 kinderen uit neef-nichthuwelijken. 5 tot 6 procent van die kinderen is dan geestelijk gehandicapt, misschien dus 250 per jaar.
Dat is een conservatieve raming. Syp Wynia schatte in 2003 in een groot overzichtsartikel het aantal neef-nichthuwelijken onder Nederlandse moslims uit Turkije en Marokko op een kwart tot een derde; ik reken hier met een hoopvolle daling tot 15 procent.
Toen Wynia in 2003 zijn analyse maakte, was nog niet zo duidelijk hoe groot het risico precies is. Er waren hogere schattingen van genetici en lagere cijfers van antropologen. De eerste alarmerende schatting kwam in 1978 van de Amerikaanse hoogleraar Newton E. Morton, de pionier die genetica combineerde met epidemiologie. Hij schatte dat bij een huwelijk tussen neef en nicht de kans op een geestelijk gehandicapt kind vijf keer zo groot is: 6,2 procent risico tegen 1,2 procent bij niet-genetisch verwante ouders.
Onderschatte risico’s
In een in 2019 in het wetenschappelijke tijdschrift Clinical Genetics gepubliceerd artikel van een team genetici uit Iran werden meer geavanceerde genetische technieken gerapporteerd en werd melding gemaakt van een risico dat 4,25 keer zo hoog is, geheel in lijn met de schatting van Morton. De Iraanse onderzoekers schreven bezorgd dat er een mode is om vol te houden dat de risico’s van neef-nichthuwelijken in het algemeen gering zijn. Er zijn zelfs antropologen die er begrip voor tonen. Zorgelijk is dat medici daar soms in meegaan en het risico onderschatten.
Een Nederlands voorbeeld van die onderschatting was een artikel van een team van medici en antropologen aan de Vrije Universiteit uit 2014: ‘Consanguineous marriage and reproductive risk: attitudes and understanding of ethnic groups practising consanguinity in Western society’. Daar lezen wij dat het risico op een geestelijk gehandicapt kind bij een neef-nichthuwelijk toeneemt met 1,8 tot 2,7 procent. Dat klinkt alsof het gaat om een gering extra risico. Zelfs als we het verkeerde woord ‘procent’ vervangen door het correcte ‘procentpunten’ is het nog steeds misleidend. Feit is een vier tot vijf keer zo groot risico op een ernstige geestelijke handicap. Een van de VU-auteurs, Marieke Teeuw, tekende ook nog voor een ander artikel over neef-nichthuwelijken met de griezelige titel ‘Pearls or perils?’
Door zo te bagatelliseren verschaffen de VU-auteurs bescherming aan politiek links in Nederland dat niet bereid is om neef-nichthuwelijken te verbieden en kinderen al op school duidelijk voor te lichten waarom zo’n verbintenis roekeloos en slecht is. Het ooit beroemde jonge Tweede Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) kwam zelfs met een onwaarheid. ‘Wat veel mensen niet weten,’ betoogde hij, ‘is dat de risico’s bij kinderen van neven en nichten ongeveer net zo groot zijn als bij vrouwen die na hun 35ste zwanger worden’. Zijn conclusie: ‘Als neven en nichten kiezen om te trouwen, dan moeten ze dat zelf weten.’
Ik ben bang dat als we nu aan bijvoorbeeld Femke Halsema zouden vragen om haar mening, dat zij in datzelfde spoor zou antwoorden. Dus ieder jaar een volle Amsterdamse schoolklas erbij in het bijzonder onderwijs met zwaar gehandicapte kinderen.
Links wil dit vermijdbare verdriet niet onder ogen zien. Dat blijkt ook in Groot-Brittannië waar Richard Holden, een conservatief parlementslid, een ontwerpwet indiende om neef-nichthuwelijken te verbieden: ‘De kerk had neef-nicht huwelijk al verboden in de vijfde eeuw. Dat verbod werd teruggedraaid door een Tudor-koning wiens ervaringen met het huwelijk wel wisselvallig zijn genoemd, en sindsdien zijn we over deze kwestie grotendeels stil gebleven.’ Holden verwees hier op subtiele wijze naar Henry VIII (1491-1547), die liefst zesmaal in het huwelijk trad.
‘Sommige verhalen van jonge moslima’s,’ vervolgde Holden, ‘zullen me nooit verlaten: jonge vrouwen wier opleiding en ambities voortijdig werden afgekapt en die moesten trouwen met mannen die ze nooit hadden ontmoet – mannen gekozen niet uit compatibiliteit of genegenheid, maar om familiebanden en bezittingen of om verbasterde ideeën over eer te beschermen. Neef-nichthuwelijken gaan niet alleen over cultuur; ze gaan ook over macht en controle. Het systeem wordt in stand gehouden door druk en gehandhaafd in stilte, en mensen proberen dit te rechtvaardigen met traditie. Wanneer het huwelijk binnen families moet plaats vinden, is het niet simpelweg het afwijzen van een partner, maar het afwijzen van grootouders, ouders, ooms, tantes en het hele netwerk van familie en vrienden – en dat heeft een prijs.’
Holden memoreerde dat wij seksuele relaties tussen leraren en leerlingen of sportcoaches en hun pupillen verbieden, vanwege de asymmetrie. Maar is die asymmetrie niet nog veel heviger wanneer een jonge vrouw zich moet verzetten tegen de wens van haar hele familie?
Holden noemde een percentage van 6 procent voor de kans op gehandicapte kinderen uit neef-nichthuwelijken in Bradford, een stad gedomineerd door Pakistaanse immigranten. Maar premier Keir Starmer en zijn partijgenoten willen daar de vier Labour-parlementszetels niet in gevaar brengen en weigeren een verbod te steunen.
In Saoedi-Arabië is nu nog één op de twee echtverbintenissen een neef-nichthuwelijk. Vijf medici van de universiteit van Jeddah hebben hun regering in 2024 opgeroepen om met een plan van aanpak te komen. Ze vroegen om (1) Introductie van genetica in het leerprogramma van de middelbare scholen; (2) gebruik van sociale media voor nog groter bereik; (3) professionele voorlichting over de gevaren in meer afgelegen gebieden.
De kroonprins moet die oproep hebben goedgekeurd. Hij is verder dan onze Tweede Kamer. En dus beginnen ieder jaar een paar honderd Nederlandse kinderen aan een waarschijnlijk heel kort maar zeker tragisch leven.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















