Zet ambtenaren aan het werk met de vraag waarom andere landen minder asielaanvragen goedkeuren en wel kerncentrales en huizen bouwen
Artikel beluisteren
Diederik Samsom kunnen we tegenspreken. In zijn interviews legt hij uit dat de economie in de achteruit moet vanwege het streven om de uitstoot van CO2 tot nul te reduceren (‘netto nul’). Dat jongeren dan armer worden dan hun ouders is voor Samsom geen probleem: ‘Welvaart en welzijn worden door zo veel meer bepaald dan inkomen alleen’. Zulke eco-terroristische opvattingen kunnen we bestrijden.
Simon Reinink, directeur van het Concertgebouw, kunnen we ook aanpakken. Reinink heeft problemen met de manier waarop Israël, omringd door islamitische doodsvijanden, zichzelf verdedigt. Hij vindt dat hij artiesten uit Israël moet toetsen op mogelijke banden met de Israëlische regering of met het Israëlische leger voordat zij mogen optreden.
Dat kunnen we tegenspreken, te beginnen met de vraag of Reinink wel wil dat Israël overleeft en, als dat zo is, vanuit welke deskundigheid hij dan premier Netanyahu wil adviseren om de verdediging van Israël anders aan te pakken. Komt daarop geen antwoord, dan weten we wat we aan hem hebben en kunnen we zijn antisemitisch gedrag verwerpen.
Politici passen zich aan
In een gezonde democratie reageren we op mensen als Samsom en Reinink en zien we natuurlijk ook ministers en Kamerleden in actie. Samen met onze eigen inschatting van hoe het gaat met de economie, de woningmarkt en de criminaliteit vormen we politieke meningen.
Politieke partijen passen program en propaganda aan wanneer zij bij de kiezers meer of minder steun zien voor ‘netto nul’, ‘loslopende wolven’ en ‘royaal asiel’. En helaas schuiven politici in onze grote steden ook op naar antisemitisme om de steun van veel van hun moslim-inwoners niet in gevaar te brengen.
Maar die democratie is ziek wanneer linkse ambtenaren op de ministeries in Den Haag zich weinig aantrekken van wat de kiezers vinden en doorgaan met hun favoriete D66/GroenLinks-beleid op te schrijven in de memo’s aan hun ministers. Anders dan de Kamerleden die moeten luisteren naar de kiezers, hebben ambtenaren een vaste aanstelling en kunnen vasthouden aan hun politieke voorkeur zonder risico voor hun baan.
Aan de SP zien we wat er gebeurt wanneer de leiding van een politieke partij niet bereid is om het standpunt van de partij aan te passen aan veranderende meningen van de kiezers. De SP kromp in vijftien jaar met 80 procent omdat zij vasthield aan een voorkeur voor royale opname van asielzoekers. Wat zou het geweldig zijn wanneer we het leger van beleidsmedewerkers ook konden inkrimpen met 80 procent, omdat ze in hun eigen bubbel steeds verder afdrijven van waar de mensen in het land op hopen!
Narcistisch getwitter
Buiten Den Haag wordt ‘netto nul’ al grondig betwijfeld, want de industrie gaat failliet en de windmolens zijn lelijk en lawaaierig en maken de stroomvoorziening te instabiel. Maar de jonge bestuurskundigen houden vast aan hun eigen mening, want de collega’s op de gang in het ministerie doen dat ook. Voor de Haagse ‘bestuurskundigen’ is vooral belangrijk het warme gevoel dat iedereen op de gang hetzelfde denkt.
Onze nieuwe premier met zijn narcistisch getwitter ‘ik heb er heel veel zin in’ sterkt de bestuurskundigen in hun mening dat het eigenlijk wel goed gaat in Den Haag en daarom niet nodig is om te reflecteren of ‘netto nul’ , ‘groene waterstof’, ‘overal windmolens’ en ‘hoogste percentage asielaanvragen goedkeuren van Europa’ wel zo wijs zijn.
Dat maakt het lastig voor de oppositie, speciaal wanneer die te maken heeft met zwakke ministers zoals Sophie Hermans. Met haar kun je niet discussiëren; met de ambtenaren mag je niet discussiëren.
Dwing tot vergelijkingen met het buitenland
Mijn advies aan de oppositie: schiet op de achilleshiel van de ambtenaren, te weten hun gebrek aan kennis over hoe het toegaat in andere landen. De studie ‘bestuurskunde’ heeft één enkel vak statistiek en dat is een povere basis om landen die natuurlijk op allerlei dimensies verschillen toch correct met elkaar te vergelijken.
Dwing de bestuurskundigen niettemin tot vergelijkingen tussen Nederland en de rest van de wereld. Misschien geeft dat hun ministers de moed om door te pakken en ‘best practice’ over te nemen uit andere landen. Hier zijn zes voorbeeldvragen waarbij info uit andere landen kan helpen om onze discussie vlot te trekken:
Waarom zo’n hoog percentage goedgekeurde asielaanvragen?
• Zijn er voorbeelden van landen die hun asielprocedure veranderden met als gevolg minder aanvragen van asiel? (De vraag naar verschillen tussen landen is eerder gesteld en toen kwamen de ambtenaren er te makkelijk vanaf met de bewering dat landen moeilijk vergelijkbaar zijn. Daarom is de betere vraag: waar zien we veranderingen in beleid die hielpen?)
• Hoe is de procedure in landen met een lager percentage goedgekeurde asielaanvragen? Nederland heeft een heel hoog percentage goedkeuringen en dat is natuurlijk bekend in Afrika en in Syrië. Dat moet te maken hebben met regels voor geld en huisvesting, maar ook met de cultuur bij Vluchtelingenwerk. Dwing de minister om grondig uit te leggen waarom ons percentage goedkeuringen zo extreem hoog is.
Waarom hebben stikstofcritici ongelijk?
• Welke landen hebben bestellingen geplaatst voor kleine kernreactoren? Hoe is de verwachting in de landen die kleine reactoren plannen bij nieuwe, grote datacenters? Kunnen kleine reactoren helpen om het elektriciteitsnet te stabiliseren?
• Kan de minister heel precies uitleggen waarom stikstof-critici als ir. Wouter de Heij, prof. Han Lindeboom en prof. Ronald Meester ongelijk hebben in hun vergelijkingen met andere landen en in hun adviezen om gewoon huizen te bouwen? (dat wordt zweten voor de ambtenaren).
• Welke geluidsnormen hanteren andere EU-landen voor windmolens?
• Hoe geven andere landen invulling aan natuurbescherming? Is dat daar ook zo controversieel en moeten andere landen ook hun woningbouw stopzetten vanwege een vleermuis, hun treinenloop tijdelijk stoppen vanwege een das en hun kinderen thuishouden uit angst voor een wolf?
Te weinig internationaal opgeleid
Landen als Singapore hebben systematisch willen leren van het buitenland. Hun topuniversiteit NTU heeft ooit een ‘Albert Winsemius professorship’ ingesteld ter ere van hun Nederlandse adviseur over industrialisatie toen Singapore nog een arm ontwikkelingsland was (uw columnist heeft die leerstoel een seizoen mogen bekleden).
Onze ambtenaren worden te weinig internationaal opgeleid, maar over CO2, stikstof en asiel valt veel te leren van landen die het beter doen. Daarom: zet de ambtenaren aan het werk met scherpe vragen over de praktijk in andere landen en hoop dat hun ministers er van leren.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!






















