Bewoners verzetten zich tegen miljardeninvesteringen. Geen wonder: Nederland is een overvol land met een tekort aan werkers, niet aan werk
Artikel beluisteren
Het begint op te vallen. Burgers, soms zelfs lokale bestuurders, pikken het landelijke beleid niet meer. Nee, u leest geen column over anti-azc-acties.
Het gaat me hier om het uitdijende lokale verzet tegen nieuwe industriële projecten, tegen miljardeninvesteringen die welvaart en economische groei moeten brengen. Industriële investeringen stonden ooit gelijk aan bestendige werkgelegenheid met een hoge productiviteit en dito salaris. Aan vernieuwing. Aan de Vooruitgang, met een hoofdletter V.
En vooruitgang was ons aller ambitie, toch? Van de burger tot de politicus, vooruit in de vaart der volkeren.
Kortsluiting
Maar beng! Er is kortsluiting ontstaan tussen (een deel van) de burgerij en gekozen en benoemde bestuurders.
Drie heel recente voorbeelden. De eerste is de locatie voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. De provincies Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen) en Groningen (Eemshaven) krijgen de centrales op kosten van de rijksoverheid in de schoot geworpen. Twee schone energiebronnen in een duurzame wereld. De rode loper uitleggen? Vergeet het maar. Je ziet eerder rode konen van ontzetting en woede. Waar zijn die oude stickers? Atomkraft? Nein Danke.
Tweede voorbeeld. De investering van 3 miljard dollar (2,6 miljard euro) van de Amerikaanse farmamoloch Eli Lilly nabij Katwijk. Toen het concern zijn plannen aankondigde was toenmalig minister van Economische Zaken Vincent Karremans (VVD) laaiend enthousiast. Een opsteker voor het vestigingsklimaat. Maar daar denkt de actiegroep ‘Eli Lilly dat moet je niet…’ heel anders over. De groep heeft meer dan tweehonderd kritische vragen, schreef NRC vorige week, en stimuleert Katwijkenaren om bij de gemeenteraad een zienswijze in te dienen tegen de fabriek. De raad, de provincie én het kabinet steunen Eli Lilly.
Verzet nummer drie: geen nieuwe datacentra. Daarin zijn inmiddels investeringen van tientallen miljarden gedaan. Alleen al Microsoft heeft in Noord-Holland voor 12,5 miljard euro laten bouwen, becijferde NRC onlangs.
Tolplicht
Steeds vaker echter blijken niet alleen burgers tégen, maar ook gemeenten. Dat geldt voor de gemeente Hollands Kroon, waar Microsoft zijn supercentra heeft staan, maar ook voor Amsterdam, een knooppunt van internetverkeer en daarom een gewilde bouwplaats.
Elk verzet heeft zijn eigen beweegredenen en geschiedenis. In Groningen hebben grote groepen burgers en bestuurders het wel gehad met de rijksoverheid die hen in de steek liet met de door gaswinning veroorzaakte bevingsschade en herstel in het honderd liet lopen.
In Zeeland voelen mensen zich achtergesteld ten opzichte van de randstad en wijzen bijvoorbeeld op hun jarenlange tolplicht voor de Westerscheldetunnel.
In Katwijk verzet men zich tegen de omvang van de fabriek (‘28 voetbalvelden’) en het slurpen van stroom en drinkwater. Dat zijn argumenten die ook bij de vestiging van kolossale datacentra te horen zijn. In Katwijk blijken ook buurgemeenten Leiden en Wassenaar vol vragen en twijfels. Terwijl de Eli Lilly-fabriek ook het wat verbleekte imago van Leiden als centrum van biotech en farma moet opvijzelen.
Niet in mijn achtertuin
Je kunt natuurlijk zeggen, en sommige belanghebbenden zullen dat zeker doen: niks van aantrekken dat verzet. Gevalletjes nimby. Not in my back yard. Geen kerncentrale/datacentrum/pillenfabriek in mijn achtertuin.
Maar zo’n reactie gaat voorbij aan de essentie van de botsingen tussen bestuurders en burgers over de toekomst van hun stukje Nederland. Botsingen die nog veel vaker zullen ontstaan. Denk alleen aan de ruimte voor defensie.
Aan de ene kant staan de bestuurders, meestal op het niveau van de rijksoverheid, die redeneren: kernenergie, datacentra of een farmafabriek zijn in het belang van Nederland. Goed voor de zekerheid van levering van duurzame stroom. Een illustratie van het aantrekkelijke vestigingsklimaat. Een project dat werkt (in Katwijk zo’n 500 vaste banen).
Daartegenover organiseren zich burgers en belangengroepen die wijzen op de aanslag op natuur, water en op hun leefomgeving. Daarachter gaan botsende visies schuil op wat Nederland nodig heeft. Wethouders, gedeputeerden en ministers van Economische Zaken lobbyen graag voor industriële vestigingen. Die zijn vanzelfsprekend goed, altijd al geweest. De opening ervan geeft nog prestige bovendien.
Maar deze visie, zeg maar: de toekomst uit de tijd dat rokende schoorstenen, staalproductie, scheepswerven en zware industrie de dragers waren van werk en welvaart, blijkt steeds lastiger te ‘verkopen’. De industriële economie is in een diensteneconomie geëvolueerd. De werkgelegenheid in de fabrieken en serverhallen van nu is een schim van die in de industrie van vroeger.
Botsingen
Burgers zien dat: in een overvol land wordt ons nog een fabriek, datacentrum of kerncentrale opgedrongen. Goed voor de werkgelegenheid? Maar er bestaat al een schromelijk tekort aan werkers, niet aan werk. Vandaar wachtlijsten van de ggz tot en met de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Plus een permanente roep van werkgevers om extra arbeidsmigranten. Met alle druk op de lokale voorzieningen die dat oplevert.
Welke van de twee botsende visies realiteit wordt, zal van plaats tot plaats verschillen. Alle politiek is lokale politiek, is een Amerikaanse wijsheid. Het is goed als het Binnenhof dat ook beseft. Het antwoord aan de burgers à la ‘We horen u en we zullen het beter uitleggen’ is niet de oplossing voor de botsende lokale en landelijke visies.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


