Teun Voeten: ‘Ik ben tegen de normalisering en facilitering van drugs die zo schadelijk en zo autonomievernietigend zijn dat ze mensen ontmenselijken.’
Artikel beluisteren
Door Roan Asselman*
Op 20 oktober presenteert antropoloog en oorlogsfotograaf Teun Voeten in Antwerpen zijn nieuwste boek. Met ‘Fentanyl. Hoe een zware pijnstiller in de handen viel van nietsontziende drugskartels’ duikt de in Vlaanderen wonende Nederlander opnieuw in de duistere drugswereld. Hij beschrijft en bekritiseert niet alleen de illegale drugshandel, maar ook de naïeve oproep tot legalisering. ‘Het argument dat “drugs van alle tijden zijn” is onzin.’
Teun Voeten studeerde culturele antropologie en filosofie in Leiden. Al 35 jaar werkt hij wereldwijd als oorlogsfotograaf. Voeten schreef ook boeken over de ondergrondse daklozen in New York en de burgeroorlog in Sierra Leone, maakte een fotoboek over de Mexicaanse drugsoorlog en een documentaire over de vluchtelingenproblematiek in Calais. In 2018 promoveerde hij met een scriptie over het Mexicaanse drugsgeweld. Roan Asselman had een gesprek met hem.
Waarom koos u voor een onderzoek naar fentanyl?
Teun Voeten: ‘Ik ben natuurlijk al heel lang met drugs bezig. Voor de stad Antwerpen heb ik trouwens ook onderzoek gedaan naar drugsgerelateerde criminaliteit. Eén hoofdstuk daarvan ging over drugsconsumptie. Toen ben ik bij de drug crystal meth – ook bekend van de tv-serie Breaking Bad – verzeild geraakt. Dat vond ik zo extreem dat ik er een boek over heb geschreven: Drug van de duivel (Pelckmans, 2022).
‘In de marge van dat boek ben ik in aanraking gekomen met fentanyl. In dat boek over crystal meth, zelf al heel zwaar spul, heb ik één hoofdstuk aan fentanyl gewijd, met de boodschap dat dit eigenlijk nog erger is dan crystal meth.’
Fentanyl werd zo het onderwerp van uw volgende boek.
‘Klopt. Hoe meer ik erover hoorde, hoe interessanter het werd. Fentanyl heeft bijvoorbeeld een meer internationale context dan crystal meth. China exporteert de ingrediënten voor fentanyl naar Mexico, waarna de kartels het product over de grens met de Verenigde Staten smokkelen.’
‘Veel van mijn onderzoek vond plaats in Amerika, omdat fentanyl daar echt boomt. Sommigen zien wat China doet als een vorm van chemical warfare, in samenwerking met de Mexicaanse kartels die in de VS een vruchtbare bodem vonden. Fentanyl is overigens uitgevonden door een Belg, een man uit Turnhout. Je zou dus kunnen zeggen dat dit land de bron is, ook al is fentanyl hier niet wijdverspreid.’
Wat moeten we ons voorstellen bij iemand die verslaafd is aan fentanyl?
‘Sommige lezers hebben wellicht de filmpjes gezien van verslaafden die in Amerika als zombies rondstrompelen of stokstijf voorovergebogen stilstaan: de “fentanyl freeze”. Die mensen zijn totaal “weg”. De verhalen die ik van verslaafden heb gehoord zijn ook echt schrijnend.
‘Fentanyl is extreem verslavend en bijzonder potent, maar de high duurt ook maar heel kort. Als je heroïne neemt, heb je na zes à zeven uur weer een nieuwe shot nodig. Bij fentanyl is dat al na anderhalf uur, misschien twee uur. Mensen gaan dus heel vaak spuiten. De meeste van die gebruikers zien er na enkele maanden echt verschrikkelijk uit, met zweren, ingevallen ogen, gewichtsverlies, enzovoort. Dat zijn dan alleen nog maar de fysieke zaken, de dingen die je ziet. Ik heb met verschillende mensen gesproken die gewoon aan het wegrotten waren. Er bestaat geen ander woord voor.
‘Daarbovenop wordt heel wat andere rotzooi met fentanyl vermengd. In The Bronx, in New York, ben ik op stap geweest met iemand die de kwaliteit van de verkochte fentanyl onderzoekt. Die man koopt fentanyl van dealers en kijkt wat er allemaal in zit. Je kunt het je bijna niet voorstellen: een middel om bessen te conserveren, een anti-erectiemiddel voor condooms, een paardenverdovingsmiddel…’
En toch nemen ze het.
‘De meeste verslaafden vinden fentanyl echt een kutdrug. Ze missen heroïne, dat ze omschrijven als soulful spul met een lekkere high. De high van fentanyl is helemaal niet lekker, je bent gewoon verdoofd. Maar heroïne krijgen ze niet meer te pakken en zelfs als ze het te pakken zouden krijgen is het niet meer sterk genoeg voor wie inmiddels aan fentanyl verslaafd is. Ze haten het, maar ze ‘moeten’ het wel nemen, anders worden ze dopesick.
‘De Mexicaanse kartels zijn heel bewust heroïne gaan vervangen door fentanyl. Eerst stopten ze een klein beetje fentanyl in de heroïne, daarna nog een beetje en nog een beetje… Er vielen toen ook doden: de klanten van de kartels fungeerde als proefkonijn. Vandaag is heroïne moeilijk te verkrijgen omdat de kartels het aanbod bewust beperken. Fentanyl is goedkoper te maken dan heroïne, dus wordt het gepusht. En zoals ik al zei: intussen kunnen veel verslaafden ook niet meer terug, zelfs als ze dat willen.’
Waarom is fentanyl toch vooral iets van de Verenigde Staten? De wortels zijn misschien Belgisch, maar hier hoor je er weinig over.
‘Dat heeft veel te maken met de voorgeschiedenis van de fentanylcrisis, namelijk het opioïdenmisbruik. Dokters schreven veel te makkelijk zware, verslavende pijnstillers voor. Daartoe werden ze aangemoedigd en misleid door de farmaceutische sector. Het bekendste voorbeeld is Purdue Pharma, dat het patent had op de pijnstiller OxyContin en eerder dit jaar definitief de deuren sloot nadat het 7 miljard euro moest betalen voor zijn rol in de opioïden-crisis. Dat was het bedrijf van de familie Sackler, die opereerde in de schimmige zone tussen een legitiem farmaceutisch bedrijf en een drugskartel.’
‘OxyContin werd duurder en moeilijker verkrijgbaar, waardoor mensen die al verslaafd waren overschakelden op goedkope heroïne. Die goedkope heroïne, op de markt gebracht door de Mexicaanse kartels, werd eerst vermengd met fentanyl en later volledig vervangen door fentanyl. Dat is het traject dat veel consumenten de voorbije jaren hebben afgelegd. Maar dat is, en ik herhaal mezelf, geen toeval. De drugsmarkt wordt gestuurd door het aanbod, niet door de vraag. De kartels besloten dat fentanyl lucratiever was en manipuleerden daarom hun klanten in de richting van een fentanylverslaving.’
De Amerikaanse regering heeft de controles aan de zuidelijke grens stevig aangescherpt. Dat moet lastig zijn voor de Mexicaanse drugskartels?
‘Ja. Wat je ziet, is dat de kartels een deel van hun productie nu naar Canada hebben verplaatst. De Chinezen zitten daar al, net zoals de Mexicanen. Er worden miljarden mee verdiend, dus erg verrassend is dat niet.’
In uw boek haalt u uit naar het ‘narcokapitalisme’. Wat bedoelt u daarmee?
‘Oorspronkelijk is dat een concept van een Waalse filosoof, maar ik heb het wat verder uitgewerkt. In de eerste plaats is narcokapitalisme het genadeloze mercantilisme van de drugsindustrie. Maar daarnaast bedoel ik ook het kapitalistische systeem dat drugs nodig heeft om te draaien. Arbeidsvitaminen, speed en coke om mensen gaande te houden. Andere substanties om ze wat geluk te laten voelen of ze weer in slaap te sussen. ‘Soma’ uit Brave New World. Ook dat is narcokapitalisme.’
‘Drugs zijn van alle tijden’, horen we weleens, meestal gevolgd door een pleidooi voor een verregaande legalisering.
‘Ik spreek me in mijn boek uit tegen de legalisering van harddrugs. Het argument dat “drugs van alle tijden zijn” is onzin. Vroeger had je licht stimulerende middelen, zoals cocabladeren die door sjamanen tijdens allerlei rituelen werden gebruikt. Je had ook opium, voor het volk, maar dat werd heel mild gebruikt. Dat is niets, niets in vergelijking met wat er vandaag bestaat: drugs die geraffineerd, versterkt en gesynthetiseerd worden… Dat is volledig nieuw. Daar komt de vrije markt bij die zich op die middelen heeft gestort, waardoor ze nu massaconsumptieartikelen zijn geworden. Dat is iets van de laatste twintig à dertig jaar. Synthetische drugs zijn iets van de laatste vijftien jaar.
‘De progressieve visie, die zeker in de Amerikaanse grote steden domineert, wil dakloosheid en drugsconsumptie niet problematiseren. Zelfs dealers worden niet gearresteerd. Maar dat helpt die mensen niet en het helpt de steden evenmin. Fentanyl is het grootste humanitaire drama sinds de burgeroorlog. Trump lijkt dat drama wel serieus te nemen, onder andere door kartels formeel als terroristische organisaties te bestempelen. Hij heeft fentanyl geclassificeerd als een massavernietigingswapen, als een weapon of mass destruction. De FBI en de DEA, de Drug Enforcement Administration, pakken voortdurend mensen op die gelinkt zijn aan de fentanylhandel, soms in samenwerking met de Mexicaanse autoriteiten.
‘Trump zet Mexico stevig onder druk om iets te doen aan de kartels die op het Mexicaanse grondgebied opereren. De huidige Mexicaanse president lijkt de ernst van de situatie in te zien, maar haar voorganger deed alsof zijn neus bloedde. Die man ontkende gewoon dat er iets verkeerd liep.’
Hoe groot is de schade die fentanyl berokkent?
‘Fentanyl is nog maar sinds een jaar of acht, negen echt op de markt, dus het is nog niet duidelijk hoe groot de schade uiteindelijk zal worden. Maar ik weet wel dat in de voorbije tien jaar meer dan een half miljoen Amerikanen zijn gestorven aan een overdosis, in de meeste gevallen door fentanyl. Dat zijn er meer dan het aantal Amerikaanse soldaten dat in de Eerste en Tweede Wereldoorlog samen is gesneuveld. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de impact op de families, de vervuiling van de steden en de misdaad die gepaard gaat met de productie, het transport en de verkoop. Daklozen die fentanyl gebruiken halen hun geld vaak uit winkeldiefstallen of prostitutie.
‘Fentanyl is een straatdrug voor daklozen of voor mensen die niet echt dakloos zijn, maar in kleine hotelletjes wonen. Het is dus een straatdrug. Daarnaast wordt fentanyl soms verwerkt in goedkope pijnstillers. Sommige mensen weten dus niet dat ze fentanyl innemen. Prince, de zanger, is zo gestorven: door het gebruik van vervalste pillen die fentanyl bevatten. Recentelijk overleed ook de bekende Amerikaanse actrice Hayden Panettiere, die eveneens fentanyl nam zonder dat ze het wist.
‘Het is niet zo dat dokters slechte pillen voorschrijven. Wat er gebeurt is dat mensen bijvoorbeeld OxyContin willen, maar geen voorschrift kunnen krijgen. Zeker niet nu, na de schandalen. Daarom kopen ze pijnstillers op de zwarte markt. Die zijn soms vermengd met fentanyl. Daar hoeft ook niet veel van in te zitten, want fentanyl kan zelfs in kleine dosissen dodelijk zijn.’
Toen ik zelf in Los Angeles was hoorde ik van locals weleens dat drugsgebruik, net als dakloosheid, een keuze is. Een keuze die de staat niet mocht bestrijden.
‘Dat is typisch voor Californië. Het gaat om een heel liberale, libertaire filosofie: het idee dat je mag doen wat je wilt, zolang je anderen geen schade berokkent. Maar dat principe is niet van toepassing op fentanyl en andere harddrugs. Ten eerste veroorzaken drugsgebruikers wel degelijk schade, bijvoorbeeld door diefstal, maar ook door visuele vervuiling. Het openbaar domein wordt vuiler en ontoegankelijker voor gewone mensen. Iedereen die daar op straat staat te spuiten is een smet op de stad. Ook de gezondheidszorg wordt belast, want wanneer het onvermijdelijk echt fout loopt moeten die mensen natuurlijk worden opgenomen en verzorgd. Dat is dus helemaal niet zo onschuldig.
‘Maar er is eigenlijk een nog fundamenteler probleem met die libertaire visie op drugsgebruik. Mensen die verslaafd zijn aan fentanyl, zijn he-le-maal niet vrij: ze zijn niet autonoom. Het idee dat zij een bewuste, weloverwogen keuze hebben gemaakt om verslaafd te worden en te blijven aan in wezen gif is lachwekkend. Dat kun je misschien beweren als je nog nooit met de drugswereld in aanraking bent gekomen, maar niet als je weet waarover je spreekt. Ik heb voor mijn boek met veel ex-verslaafden gesproken en die zijn heel kritisch over dat tolerante drugsbeleid.’
Fentanyl vernietigt de autonomie.
‘Het is een echte gamechanger, zelfs binnen de wereld van de harddrugs. In vergelijking met fentanyl is heroïne nog enigszins te managen. Natuurlijk is dat niet eenvoudig, maar heroïne, dat in de hoofden van mensen toch echt een harddrug is, is kinderspel vergeleken met fentanyl. Dat soort drugs neemt je hoofd over en verandert je wil. Fentanyl is een parasiet.
‘Mensen die naakt op straat lopen, zitten te schreeuwen en te pissen, straten innemen, anderen lastigvallen en wegrotten… Voor zulke mensen betekent het begrip ‘vrijheid’ helemaal niets meer. Zulke mensen zijn niet autonoom wanneer ze leven van de ene spuit op de andere. Ze moeten verplicht worden opgenomen. De staat (en dus de samenleving) heeft het recht om hen tegen zichzelf en tegen anderen te beschermen.
‘Het probleem met sommige hulporganisaties, zoals die op Skid Row in Los Angeles en in het Tenderloin-district in San Francisco, is dat ze geen pogingen doen om de verslaafden van de drugs af te helpen. Ze geven hun bijvoorbeeld een zak met schone spuiten zodat ze geen bijkomende ziekten oplopen, maar daar houdt het ook op. Dat komt doordat ze ideologisch vaak niet per se tegen drugs zijn, of doordat ze drugsgebruik zien als iets waarvoor de samenleving verantwoordelijk is en niet de consument. Sommige radicale activisten zien drugs als een verwerkingsmechanisme voor het trauma dat mensen uit de zogenaamde onderdrukte klasse oplopen door het kapitalistische systeem.’
Bent ú ‘tegen drugs’?
‘Dat is zo’n algemene vraag dat ze moeilijk te beantwoorden is.’ (Denkt na.) ‘Ik denk dat elke samenleving recht heeft op haar roesmiddelen. Een milde consumptie bij tijd en wijle hoort erbij. Maar dat is niet wat vandaag wordt bepleit: de normalisering en facilitering van producten die zo schadelijk en zo autonomievernietigend zijn dat ze mensen “ontmenselijken”. Producten die “de markt” dan maar even moet leveren. Nee, dat denk ik niet.
‘Alcohol is ook een roesmiddel, maar alcohol is niet hetzelfde als tabak, tabak is niet hetzelfde als heroïne en heroïne is niet hetzelfde als fentanyl. En ja, ook alcohol is schadelijk als het niet verstandig wordt gebruikt. Maar het is natuurlijk een totaal waanzinnig argument om te zeggen: “Het ene roesmiddel is al legaal en veroorzaakt soms problemen, dus laten we een ander roesmiddel ook legaliseren, terwijl dat ons zonder twijfel nog meer problemen zal opleveren.” Dat is toch helemaal niet logisch?’
*Roan Asselman is journalist en opinieredacteur van Doorbraak.be.
Dit interview verscheen op 11 oktober op Doorbraak.be.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


