Als moslim superieur maar in de praktijk ondergeschikt. Dat leidt tot grote vijandigheid jegens de westerse samenleving.
Artikel beluisteren
Het aantal Franse relschoppers is zo groot geworden dat ze niet meer bang zijn voor de oproerpolitie. Het resultaat is pure anarchie.
Toevallig vloog ik op 17 oktober van Caïro terug naar Engeland op het moment dat in Frankrijk de rellen – de jacquerie – uitbraken. Toen het plunderfestijn voorbij was, ontstond er, daar kon je de klok op gelijk zetten, een festijn van commentaar op wat er was gebeurd en wat de oorzaken waren. Iedereen wilde de werkelijke oorzaak vinden, de uiteindelijke verklaring. Zo’n zoektocht eindigt meestal met het aanwijzen van een zondebok. Dat is psychologisch bevredigend, maar niet per se verhelderend.
Hoe dan ook, één vraag werd veel opgeworpen: is er een relatie tussen de islam, het islamisme en de onrust in Frankrijk? Het staat als een paal boven water dat jonge mannen met een moslimachtergrond onevenredig vaak betrokken waren bij het geweld en de plunderingen. Dat wordt door niemand betwist. Maar de exacte cijfers zullen nooit bekend worden, vooral niet omdat de Franse wet het opzetten van statistieken op basis van etniciteit verbiedt (een verbod dat zowel voor- als nadelen heeft).
Veilig, ondanks grote armoede
Ik kwam net terug uit Caïro en dat heeft mijn kijk op dit alles zeker beïnvloed. De armoede die ik daar aantrof was met geen pen te beschrijven. De vervuiling, de overbevolking, de chaos, het lawaai, het vuil, de voortdurende strijd om te overleven, het zag er allemaal veel erger uit dan toen ik Caïro 44 jaar geleden voor het eerst bezocht. En toch, je liep in die armoedige straten minder kans om beroofd of overvallen te worden dan in de straten van Londen of Parijs.
Die veiligheid ondanks grote armoede is geen nieuw fenomeen. Vierenveertig jaar geleden bezocht ik de Stad der Doden, de uitgestrekte en eeuwenoude begraafplaats van Caïro, waar duizenden mensen tussen de graven woonden. Helemaal niemand wilde me beroven, iedereen was gastvrij, ondanks de overduidelijke armoede. Dat het er veilig was, kwam niet doordat de politie daar in groten getale patrouilleerde: er was geen politie. De bevolking handhaafde zelf de orde en dieven kregen van de buurtbewoners onmiddellijk een pak slaag; maar ook dat was, denk ik, niet de reden dat er geen criminaliteit was. In hun cultuur, waarin de islam een grote rol speelde, hoorde zulke misdadigheid gewoon niet thuis.
We kunnen er dus vanuit gaan dat er geen intrinsiek en direct verband bestaat tussen de islam en crimineel gedrag waarmee we dan de oververtegenwoordiging van moslims onder de plunderaars in Frankrijk zouden kunnen verklaren. Het ligt veel ingewikkelder.
In 1976 voerden de als conservatief bekendstaande politici Valéry Giscard d’Estaing en Jacques Chirac, de een president, de ander premier, gezinshereniging in voor uit de Maghreb afkomstige fabrieksarbeiders in Frankrijk. Tot dat moment leefden die mannen als vrijgezel, vaak in hostels die veel weg hadden van barakken. De omstandigheden waarin ze leefden waren vaak onaangenaam en vernederend, en er werd van hen verwacht dat ze zich volledig zouden aanpassen of naar huis zouden terugkeren. Maar plotseling mochten ze hun vrouwen te laten overkomen.
Ontwikkeling van een parallelle samenleving
Helaas kwam deze uit humanitaire overwegingen doorgevoerde verandering precies op het verkeerde moment. Er kwam net een einde aan de Trente Glorieuses, de (ongeveer) dertig jaar na de oorlog waarin de Franse samenleving in razend tempo getransformeerd was tot een modern en zeer welvarend, sterk geïndustrialiseerd land, dat grote aantallen arbeiders uit Noord-Afrika had aangetrokken.
Die gezinshereniging, gecombineerd met het einde van de volledige werkgelegenheid voor handarbeiders, en dat alles in de context van een verzorgingsstaat, leidde tot de ontwikkeling van een parallelle samenleving, grotendeels in nieuwe sociale woningbouwgebieden, en afhankelijk van de kille vrijgevigheid van die verzorgingsstaat.
Bergafwaarts
Sindsdien is het eigenlijk alleen maar bergafwaarts gegaan. Er is geen enkel jaar meer geweest met een sluitende begroting, de overheid is als verlamd en daardoor blijven immigranten in groten getale binnenkomen, al is er economisch geen behoefte aan die mensen en geen mogelijkheid om ze in de samenleving te laten opgaan.
In de ogen van de tweede generatie, en nog meer in die van de derde, is het land van vrijheid, gelijkheid en broederschap een land van onderdrukking, ongelijkheid en afwijzing geworden. Ik generaliseer natuurlijk: veel immigranten hebben wel degelijk hun plek gevonden en het goed gedaan. Maar vanuit het oogpunt van latere ontwikkelingen ging het niet om hen, en zij hadden niet de grootste impact.
Superieur maar ondergeschikt
Een groot deel van de nieuwe immigranten was moslim (hoewel in Frankrijk meer Chinese en Vietnamese immigranten wonen dan waar ook elders in Europa; mensen die overigens niet meedoen met de rellen). De islam lijkt helaas een religie die slecht gedijt in een minderheidssituatie: die godsdienst heeft haar volgelingen er met veel succes van weten te overtuigen dat de islam de ultieme en absolute waarheid vertegenwoordigt, zelfs wanneer die volgelingen zelf niet erg streng in de leer zijn of verder weinig van hun geloof afweten.
Deze overtuiging leidt tot een gevoel van superioriteit of minachting voor andere culturen en religies, maar tegelijkertijd bevinden de mensen die dit zo voelen zich in de praktijk meestal in een ondergeschikte en sociaal en economisch inferieure positie.
Tot de onderklasse behoren, sociaal en economisch de mindere zijn, dat alles is zelden prettig, maar al helemaal niet wanneer je je tegelijkertijd superieur voelt in moreel, religieus en cultureel opzicht. Deze omstandigheden beschouwen die mensen daarom als onrechtvaardig en niet normaal; ze zien er het bewijs in dat een samenleving die zoiets toestaat kwaadaardig is, of het in ieder geval niet goed voor heeft met moslims. Zij voelen daardoor geen loyaliteit jegens het land waarin ze leven en kunnen zich vijandig gaan gedragen, zelfs of vooral als ze er volledig van afhankelijk zijn.
Militant extreemlinks
Diepe wrok is een natuurlijk gevolg van dit alles, en helaas zijn er politieke opportunisten die daar maar al te graag misbruik van maken en het uitvergroten. Met het oog op verkiezingswinst verkondigen ze ijverig het idee dat de Franse samenleving, zowel in economisch als raciaal opzicht, diepgaand en onherstelbaar onrechtvaardig is, en dat dat zo zal blijven totdat de huidige orde omvergeworpen wordt. Zo kan militant extreemlinks, dat de scheiding tussen kerk en staat onderschrijft, zich verenigen met mensen die de officiële seculiere positie van de staat verafschuwen.
De sluwe linkse leiders in Frankrijk (zoals Jean-Luc Mélenchon en de burgemeester van Saint-Denis, Bally Bagayoko) zetten niet expliciet aan tot geweld. Ze roepen op tot vreedzaam, maar wel continu en ontwrichtend protest, en tegelijkertijd zeggen ze dat ze begrijpen waarom er geweld uitbreekt en dat dat net zo onvermijdelijk is als een aardbeving of een tsunami. Ze zien zichzelf – heel romantisch – als de erfgenamen van de Franse Revolutie (en ook van de revoluties uit 1830 en 1848, en de Commune van Parijs in 1871), en dus beweren ze regelmatig dat politiek geweld soms gerechtvaardigd is. Zo komen ze al snel bij een pseudo-syllogisme terecht: politiek geweld is soms gerechtvaardigd; wij gebruiken politiek geweld; daarom staan wij in ons recht.
Rechters sympathiseren meer met relschoppers dan met hun slachtoffers
Dit is een mooi voorbeeld van wat wel para-Cartesiaanse psychologie genoemd wordt, tegenwoordig vrij algemeen in het Westen, waarbij woede en wrok hun eigen rechtvaardiging vormen. De Cogito van Descartes is veranderd in: ‘Ik ben boos, dus ik heb gelijk.’ En als ik gelijk heb, dan is dus alles wat ik doe gerechtvaardigd.
Hele generaties hebben geleerd en geaccepteerd dat de westerse beschaving bestaat uit slavernij, uitbuiting en massamoord – en verder niets wat het vermelden waard is. Van de jongere generatie hoeft die beschaving niet verdedigd te worden tegen vernietiging: nee, die vernietiging zou de bekroning op hun werk zijn, iets om vurig naar te verlangen, en ze bewijzen hun eigen morele superioriteit door stilzwijgend of actief de protesten te steunen waarvan van tevoren bekend is dat ze hoogstwaarschijnlijk in geweld zullen ontaarden.
Bovendien sympathiseren veel rechters in Frankrijk, dankzij psychologie, sociologie en criminologie, meer met relschoppers dan met de slachtoffers van hun plunderingen. Een van de rechtersvakbonden – rechters in Frankrijk zijn georganiseerd in vakbonden! – liet een verklaring uitgaan waarin de politie werd verweten dat die ‘de jeugd onderdrukte’ tijdens de schoolrellen die vooraf waren gegaan aan de grote gebeurtenis op 17 oktober, alsof de politie plotseling zomaar besloten had om alle jongeren te grazen te nemen.
Een carnavalesk volksoproer
De jongeren van de aldus ontstane parallelle samenleving voelen geen enkele dankbaarheid of verplichting jegens het land waar hun voorouders – om redenen waar die jeugd niets over wil horen – naartoe zijn geëmigreerd. Ze zijn bovendien zeer ontvankelijk voor de socialistische boodschap dat het economische systeem hun onthoudt waar ze recht op hebben, en dat rijkdom in hun samenleving het resultaat is van uitbuiting. Bezit is diefstal, dus wanneer de kans zich voordoet, wordt diefstal bezit, alle morele en praktische bezwaren voor diefstal zijn immers weggevallen.
De politie van Marseille schat dat op 17 oktober 30.000 mensen betrokken waren bij de plunderingen in die stad. Dat cijfer is zeer omstreden. Maar zelfs als dat aantal zwaar overdreven is, dan nog ging het bij die plunderingen niet zomaar om een handjevol criminelen; daar kan eigenlijk niemand omheen. De plunderingen leken op een volksoproer, vaak in een carnavaleske sfeer. Het was heerlijk om jezelf illegaal en gratis te verrijken, en daarbij kwam dan ook nog de vreugde om de wraak en de dienst die je hiermee bewees aan de gemeenschap, althans in de ogen van de plunderaars.
De grootschalige rellen van 2005 (waaraan toen misschien wel de ouders, met name de vaders, van sommige relschoppers van 17 oktober hebben deelgenomen) verschilden wezenlijk van die van 2026. Geen enkele keer hebben de rellen van 2005 zich naar het centrum van een grote stad verplaatst, want de relschoppers waren toen nog bang voor de CRS, de Compagnies républicaines de sécurité, de oproerpolitie – in wier gelederen zich overigens inmiddels een aanzienlijk aantal afstammelingen van Noord-Afrikaanse migranten bevindt. Maar de relschoppers van 17 oktober zijn helemaal niet bang meer voor de politie, ze zijn de stadscentra in gegaan, en dat is precies wat ik voorspelde dat zou gebeuren als het aantal relschoppers te groot zou worden voor de CRS. Dan zou er pure anarchie in de wereld losbreken.
Iedereen maakt zich zorgen over de verkiezingen van 2027. Rellen kunnen uitmonden in opstanden; plunderingen in moordpartijen. Een aanzienlijk deel van de Franse jeugd vindt politiek geweld nu al gerechtvaardigd.
Het meest recente boek van Theodore Dalrymple is Embargo and Other Stories (2020).
Dit artikel is eerder gepubliceerd in online magazine Law & Liberty.
Vertaling: Willy Hemelrijk
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!



