Het afscheid van RutteVier: Niks zuinigheid, de staatsschuld explodeert

Tamminga
De militaire steun voor Oekraïne voorkomt dat Nederland én Rutte (kandidaat secretaris-generaal NAVO) voor de 2 procent-toets zakken. Hier Mark Rutte met de huidige secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg. Beeld: nato.int.

Het staat er echt. ‘We gaan door met de ambities uit het regeerakkoord en nemen een beperkt aantal nieuwe maatregelen’, schrijft demissionair minister van Financiën Steven van Weyenberg (D66) in de maandag gepubliceerde Voorjaarsnota van het kabinet RutteVier.

In deze nota, die zowel een actualisatie is van de Miljoenennota 2024 als een vooruitblik op 2025 en volgende jaren, regeert het kabinet onverdroten door alsof zijn parlementaire meerderheid nog steeds bestaat.

Het Rutte-devies

In 2021, toen zijn derde kabinet gestrand was op de uitkomsten van het parlementair onderzoek naar overheidsfalen bij de kindertoeslagen, sprak Mark Rutte (VVD) de historische woorden: een demissionair kabinet heeft meer macht ‘want ze kunnen ons niet wegsturen’. Met ‘ze’ bedoelde hij de Tweede Kamer. Hij moest zijn woorden schielijk intrekken. Een demissionaire minister kan namelijk nog wél worden weggestuurd.

Toch lijkt het (sinds 7 juli 2023) demissionaire kabinet in zijn begrotings- en uitgavenpolitiek nog steeds te handelen naar het Rutte-devies uit 2021. Toch hebben de kiezers op 22 november vorig jaar de vier partijen die het regeerakkoord hadden gesloten een klinkende nederlaag bezorgd.

Demissionair minister Van Weyenberg (D66) belooft wel plechtig dat hij en zijn collega’s ‘terughoudend met nieuw beleid’ zijn vanwege de demissionaire status, maar tegelijkertijd staat de Voorjaarsnota bol van extra uitgaven.

De bestaande hoofdpijndossiers (compensatie in het toeslagendebacle, aardbevingsschade Groningen) krijgen extra geld. Dat zijn de bonnetjes van eerdere Ruttekabinetten. Beleidsfalen dat nog steeds moet worden afgekocht.

Steuntje in de rug voor kandidaat Rutte

Er gaat nog eens 2 miljard euro militaire steun naar Oekraïne. Ook de Nederlandse defensie krijgt 500 miljoen euro structureel extra voor luchtverdediging en munitie. Maar wat blijkt? De steun aan Oekraïne komt nu beschikbaar, de 500 miljoen voor defensie pas in 2028.

De militaire steun voor Oekraïne is ook een steuntje in de rug voor Rutte zelf. Met de steun die bij de Nederlandse defensie-uitgaven wordt geteld voldoet Nederland aan de NAVO-norm dat 2 procent van de productie van goederen en diensten (bbp) aan defensie wordt besteed. Het lukt Nederland namelijk vanwege tekort aan personeel én aan productie van materieel niet om het gereserveerde geld voor defensie echt uit te geven. Dus dat schuift naar volgende jaren. Maar ja, dan zakken Nederland én Rutte (kandidaat secretaris-generaal NAVO) voor de 2 procent-toets. Maar met extra steun aan Oekraïne lukt het wel.   

Schuldenexplosie

Er gaat verder extra geld naar het ondernemingsklimaat rondom Eindhoven (chipmachinefabrikant ASML) en naar de gemeenten. Er zijn ook een paar formidabele eenmalige begrotingsposten, zoals een krediet van 25 miljard euro voor staatsbedrijf Tennet (hoogspanningsnet) dat het maar niet lukt om zijn Duitse dochterbedrijf te verkopen. De meest onverwachte is wel 8,5 miljard euro om de pensioenen van militairen op een andere manier te financieren.

De optelsom van de uitgaven leidt de komende jaren tot een ware schuldenexplosie. De staatsschuld (Rijk en lagere overheden samen) stijgt maar liefst met 208 miljard euro van 513 miljard (stand 2024) naar 721 miljard euro (raming 2029).

Trendbreuk

En dan valt het nog mee…. Voor Oekraïne en asielopvang zijn na 2026 geen extra uitgaven gepland. Verder kan de overheid vanwege de krappe arbeidsmarkt en het tekort aan stikstofruimte begroot geld niet altijd uitgeven. Deze zogeheten ‘onderuitputting’ is ‘historisch hoog’ schrijft Van Weyenberg. Kortom: de uitgavengroei van RutteVier haalt het niet bij wat het kabinet éigenlijk had gewild.

De schuldenexplosie is een trendbreuk ten opzichte van eerdere Ruttekabinetten. In de periode 2010-2012 steeg de schuld met 53 miljard euro, in 2013-2017 (RutteTwee) dáálde de schuld met 27 miljard euro, in 2017-2021 was er 30 miljard euro stijging. Zuinigheid is omgeslagen in uitbundigheid.

De vraag is of deze schulden houdbaar en betaalbaar zijn. Als je kijkt naar de Europese spelregels dan is er nog geen vuiltje aan de lucht. De schuld komt op 55 procent en blijft onder de 60 procent van het bbp. Het begrotingstekort botst wél met de Europese afspraken. Bij ongewijzigd beleid is het tekort in 2026 4 procent van het bbp, terwijl 3 procent de norm is.

De bestedingen van het extra geld (van het compenseren van oud leed tot asielopvang) zijn niet de investeringen in de economie waarvan je zegt: ja, daar moet je geld voor lenen.

Iemand betaalt wel. Ooit…

Voor de vraag of de staatsschuld betaalbaar is, kom je uit bij de economische verwachtingen. Daar zie je een verslechtering van de vooruitzichten ten opzichte van de Miljoenennota. Lagere groei van de uitvoer, lagere groei van de investeringen, maar ook hogere lonen en hogere consumptie van de huishoudens én van de overheid. Het resultaat is een lagere werkloosheid. De economie blijft verhit, de overheid financiert de verhitte economie met extra staatsschuld.

Kenmerkend voor de politieke stemming is wel dat het begrip collectieve lastendruk (premies en belastingen) in de 295 pagina’s tellende Voorjaarsnota niet voorkomt. Geef nu het geld maar uit, iemand betaalt wel. Ooit.

Menno Tamminga  is economisch columnist van Wynia’s Week. Eerder was hij redacteur en columnist van Het Financieele Dagblad en van NRC Handelsblad.

Wynia’s Week wordt mogelijk gemaakt door de vrijwillig betaalde abonnementen van de lezers. Doet u al mee? Doneren aan Wynia’s Week kan HIER. Hartelijk dank!