‘Handige Hans’ van de FNV en werkgeversbaas Van Oostrom zetten het kabinet klem. Maar polderdeals zijn funest voor economische dynamiek
Artikel beluisteren
Dat heeft de kersverse voorzitter van de FNV handig gedaan. Vijf maanden geleden was zijn bond nog een verdeeld huis, bestuurd door buitenstaanders die benoemd waren door de rechter, met een morrend intern parlement en een gestage terugloop van leden.
En kijk nu eens. Handige Hans Spekman, oud-PvdA-voorzitter, nu FNV-leider, en zijn vakbondscollega’s voelen als winnaars. Het plan van het kabinet om een verhoging van de AOW-leeftijd voor te bereiden is zonder slag of stoot van tafel. Maar de bonden willen méér.
Over drie weken gaan ze de straat op, of eigenlijk: het spoor. Werknemers bij de NS staken op 24 juni om de verdaagde besparingen op de sociale zekerheid definitief de kop om te draaien. Gezien de machteloze verdediging van het kabinet-Jetten van zijn eigen plannen tot nu toe, is één staking mogelijk voldoende.
Draaiboeken
Maar de draaiboeken liggen natuurlijk klaar. Voor de herfst. Want weinig dingen zijn in vakbondsland zo goed voor eigenwaarde en zelfvertrouwen als geslaagde stakingen plus een stevige demonstratie. Omdat de leden vooral te vinden zijn in de (geprivatiseerde) publieke dienstverlening kun je rekenen op (stiptheids)acties in het openbaar vervoer, bij de vuilnisophaaldiensten, bij de politie en wellicht ook in het onderwijs en bij gemeenten. Maar denk ook aan Schiphol (druk vanwege vakanties) en de havens (sterke vakbondsorganisatie).
Achter de vlaggen, de fluitjes en de spandoeken ontvouwt zich een machtsstrijd: wie is de sterkste aan de sociaaleconomische onderhandelingstafel, de zogeheten ‘polder’. Wint de staat (het kabinet-Jetten) of de straat (verzamelde vakbonden)? En welke kant kiest werkgeversorganisatie VNO-NCW?
De strijd om de macht is een strijd tussen nieuwkomers. Vrijwel iedereen aan de onderhandelingstafel moet wennen. Dat geldt voor Spekman, maar ook voor Coen van Oostrom, de voorzitter van VNO-NCW. Diens achtergrond als ondernemer is vastgoed en projectontwikkeling. Geen habitat met druk sociaal overleg.
CNV-voorzitter Hans van den Heuvel komt van boeren- en tuindersorganisatie LTO. Wel een polderaar, maar niet aan werknemerskant. Marijke Vuik leidt sinds twee maanden MKB-Nederland. Haar achtergrond is horeca.
In het kabinet zitten ervaren politici, maar niet in het sociaal overleg. Wie heeft dat wel? Voorzitter Kim Putters van hét polderoverleg bij uitstek, de Sociaal-Economische Raad (SER). Hij zit niet aan tafel, maar kan zomaar aanschuiven als er moet worden bemiddeld.
In het krijt
De meest opvallende rol tot nu toe speelt Van Oostrom. Hij koos in een interview met De Telegraaf de kant van de bonden tegen de AOW-leeftijdsverhoging en de besparingen in de sociale zekerheid. Begrijpelijk. De vakbonden én de werkgevers zien de werknemersverzekeringen als hún domein. Bovendien hebben ze de meeste macht ten opzichte van het kabinet als zij op dat punt samenwerken.
Van Oosteroms keus bezegelde het lot van de kabinetsplannen. Spekman staat nu in het krijt bij de werkgevers. Vervolgens koos de werkgeversvoorzitter de kant van het kabinet door tegen de bonden te zeggen: Jetten stelt zich constructief op, dus breek het overleg niet af. Ook dat is begrijpelijk. De werkgevers houden niet van arbeidsonrust. Zeker nu niet. De arbeidsmarkt is nog steeds krap, energie is schrikbarend duurder geworden, inflatie stijgt, consumenten wachten af.
Hoe nu verder? Het initiatief om alsnog zaken te doen, moet van het kabinet komen. De bonden voeren de druk op, de werkgevers wachten af, maar het kabinet-Jetten moet vooruit. Als de besparingen van tafel zijn, hoe moet het gat op de begroting dan gedicht worden? Eind augustus is de deadline voor de begroting 2027.
Het kabinet is terug bij af. D66, VVD en CDA wilden in hun coalitieakkoord ‘een constructieve samenwerking met de sociale partners’. Maar ook snelheid. Én een laag begrotingstekort én een hoog defensiebudget én besparen op de sociale zekerheid en AOW (drie keer VVD).
Dat laatste behelst nu net de uitgaven die de vakbonden koesteren. Dat werkt slecht samen. Samenwerken en sociaal overleg zijn ook niet typisch VVD, maar CDA en polderdenken. Samenwerken is wel aantrekkelijk omdat het zekerheid geeft. Fijn voor de minister-president.
Oude rituelen
In tijden van onzekerheid grijpt men graag terug op oude rituelen. Van Oostrom pleit bijvoorbeeld voor een breed economisch akkoord.
Maar een polderakkoord als teken van kracht en draagvlak is om twee redenen een misvatting.
Ten eerste: een akkoord is nu een optelsom is van minderheidsposities. Het kabinet heeft een minderheid in de Eerste en Tweede Kamer. De vakbonden vertegenwoordigen een krimpende minderheid van werkend Nederland. Grote ondernemingen vormen weliswaar de ruggengraat van VNO-NCW, maar kijk je naar kleinere bedrijven en zelfstandigen dan vertegenwoordigen VNO-NCW en MKB Nederland samen ook een minderheid.
Natte deken
Tweede misvatting: de heilzame werking van de gesloten akkoorden. Het akkoord van Wassenaar (1982) legde voor generaties vast dat deeltijdwerken de norm was. Hoeveel welvaart en economische groei heeft Nederland daardoor opgegeven?
Tweede voorbeeld: het pensioenakkoord dat bonden, werkgevers en kabinet in 2019 afsloten. Een van de afspraken was een gematigde verhoging van de AOW-leeftijd. Het kabinet-Jetten wilde dat wijzigen, maar kreeg meteen te horen: mag niet, kan niet, want zeven jaar geleden vastgelegd.
Dat is de makke van akkoorden. Ze leggen een natte deken over sociale en economische dynamiek.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!



















