‘Overal genderstudies, maar nauwelijks onderzoek naar kernenergie, hoe kan dat?’

WW Asselman 11 augustus 2026
Filosoof Filip Buekens: ‘De charme van het radicale standpunt is verleidelijk.’ Beeld: FB.

Artikel beluisteren

Door Roan Asselman*

Filip Buekens, emeritus hoogleraar filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven, spreekt uit ervaring. ‘Als je aan de universiteit een publieke opmerking maakt over Gaza, moet je uitkijken. Mijn aula stond op stelten toen ik tijdens een college argumentatieleer een voorbeeld van Palestijns fake news besprak. Allemaal jonge mensen – en vooral jonge vrouwen – die blind meegaan in het pro-Palestijnse discours. Maar stel ze enkele informatieve vragen over de achtergrond van het conflict, over wat je hoort te weten over de geschiedenis van het Iraanse regime, over de Oslo-akkoorden, over wat in het Handvest van Hamas staat over Israël, en ze vallen zo door de mand.’

Buekens geeft nog een voorbeeld. ‘Tijdens een protestmeeting aan mijn universiteit, die uitdraaide op een avondje Israël-bashen, kwam “7 oktober” geen enkele keer ter sprake. Je kunt veel zeggen over dit conflict, en Israël moet je zeker niet willen witwassen, maar Hamas heeft de propagandaoorlog gewonnen, zeker bij de jeugd.’

De komende maanden gaat Buekens, die in Nederland vooral bekendheid genoot als universitair hoofddocent in Tilburg, zich toeleggen op een nieuw boek waarin hij wil analyseren hoe radicale en ‘bizarre’ opvattingen voet aan de grond krijgen. Opvattingen die activistische minderheden met opmerkelijk succes aan ons weten op te dringen, van het klimaat en diversiteit tot, jawel, Israël.

Buekens: ‘Radicalisering is van alle tijden. Het is een intrigerend fenomeen en ik heb diep in de evolutionaire psychologie en de speltheorie moeten duiken om het beter te begrijpen. De tegenstelling tussen links en rechts plaats ik tegenover radicaal en gematigd. Radicaal denken wordt aangedreven door aantrekkelijke ideeën die emoties aanspreken, maar ondoordacht zijn en goed onderbouwde inzichten en weldoordachte voorstellen kunnen verdringen uit de markt der ideeën. Ik heb zeer aandachtig het werk van de psychologen Daniel Kahneman en Amos Tversky herlezen.’

Aangedreven door emoties? Legt u dat eens uit.

‘Neem een voorbeeld uit het linkse discours. Het is erg aantrekkelijk om over de economie, zeker een economie waarin de “superrijken” door bepaalde media geframed worden als halve schurken, te denken als een spel waarin de winst van de een het verlies van de ander is: “Als zij rijk zijn en de rest arm, dan hebben de rijken het gestolen van de armen.” De onlangs door de mand gevallen Jason Arday, hoogleraar sociologie in Cambridge, stelde voor de Britse monarchie af te schaffen en de opbrengst te herverdelen onder de arme mensen. Alsof dit iets oplost!

‘Ook de Franse econoom Thomas Piketty werkt met dit model. Maar een bloeiende economie – en we leven al honderden jaren in een bloeiende economie, ondersteund door opzienbarende technologische vooruitgang – creëert eindeloos veel interacties waarvan álle partijen beter worden. Helaas zien we die vooruitgang niet omdat hij pas zichtbaar wordt met saaie statistieken die niet tot de verbeelding spreken.

‘Het is zeker een aantrekkelijke gedachte om de winst van de een te verklaren door het onrecht dat de ander wordt aangedaan: we kunnen ons dat onrecht meteen en concreet voorstellen, en het doet onze morele alarmsignalen knipperen, zoals het afnemen van de knikkers van je vriendje onrecht oproept en aanzet tot wraak. Ook het modieuze kolonialisme-discours teert daarop: je kunt in cultural studies geen scriptie meer schrijven zonder het Westen te beschuldigen.

‘Radicale ideeën hebben een bijzondere psychologische eigenschap: wie ze opgeeft, zal dat proces ervaren als een pijnlijke psychologische nederlaag. Eens verworven, blijven ze diep verankerd in je psyche. Het vereist moed om ze op te geven, net zoals het moed vereist om na jaren pseudowetenschappelijk onderzoek toe te geven dat je het volstrekt bij het verkeerde eind had. Wie het aandurft, zouden we eigenlijk wat meer aandacht moeten schenken. Bovendien zijn radicale ideeën aandachtsmagneten, waardoor het zeer aantrekkelijk wordt om ze in de media op te voeren. Er is iets saai aan het genuanceerde standpunt. Het extreme trekt meer aandacht dan het verdient. Vooral jonge mensen zijn er gevoelig voor.’

Het probleem lijkt zich vooral voor te doen bij de ‘humane’ richtingen: sociologie, politicologie, filosofie, enzovoort. Die lijken vandaag uniform links te zijn. Hoe komt dat toch?

‘Veel intellectuelen vinden zichzelf pas interessant – en worden pas erkend als interessant – wanneer ze nieuwe en radicale ideeën verkondigen. Dat geldt voor links én voor rechts. U mag niet vergeten dat de radicale ideeën in de Duitse jaren twintig en dertig rechts waren, en we weten waartoe dat heeft geleid.

‘Maar na de Tweede Wereldoorlog – na dat trauma – en tijdens de Koude Oorlog, waren het de linkse ideeën die radicaal en uitdagend waren, ideeën die overigens aan de man werden gebracht door mensen die nooit verantwoording hoefden af te leggen voor de gevolgen van hun ideeën.

‘Het gauchisme van Jean-Paul Sartre was pure performance. Hij was op alle betogingen te zien en te horen, daarna zat hij op de Boulevard St. Germain in Café Flore. Theodor Adorno en Max Horkheimer, die vanop de katheder een nieuw cultuurmarxisme populariseerden, maar hoefden geen verantwoording afleggen voor het radicaal doortrekken van hun ideeën in de linkse Duitse scene. Het eindigde in een terreurgolf.’

Wie het heeft over jeugdig activisme, kan moeilijk om Israël en de Palestijnen heen.

‘De druk om je mond te houden, is zeer groot. Dat heeft gevolgen, zelfs voor wie op een genuanceerde manier de zaak van Israël bepleit. Maar de Palestijnse kaart trekken, wat neerkomt op de kaart van Hamas en van de Iraanse fundamentalisten, heeft nauwelijks gevolgen. Elke week zie ik de rode linten aan het gebouw van de letterenfaculteit in Leuven. Heeft iemand al eens gedacht aan de joodse studenten die daar studeren en wat die daarover denken? Aan collega’s die er anders over denken? Met de linten worden deugpunten verzameld, zonder ook maar enig persoonlijk risico te lopen. Intimidatie werkt.

‘Het is niet zo dat die mensen zich rationeel hebben laten voorlichten, dat zij op een verantwoorde manier op zoek zijn gegaan naar data en op basis van die data en aanwijzingen een redelijke conclusie hebben geformuleerd waarover ze vervolgens op een eerlijke, open manier in debat willen gaan. Integendeel, ze worden meteen emotioneel en beginnen meteen te zaniken over mijn morele kompas.

‘Maar het morele kompas is een erg ongelukkige metafoor. Het wijst altijd in de richting die je zelf als de juiste vindt. Joseph Goebbels dacht ook dat zijn morele kompas hem gelijk gaf. Radicale ideeën nestelen zich gemakkelijker in de hoofden van mensen dan we denken, en het is niet makkelijk om ze te neutraliseren. Deradicalisering is vanuit cognitief en sociaal-psychologisch perspectief veel minder voor de hand liggend dan we denken. Zeker wanneer die radicale ideeën worden onderbouwd met een religieuze ideologie, is waakzaamheid geboden.’

Denkt u dat uw ideeën even welkom zouden zijn in de traditionele media?

‘Wat denkt u zelf? (glimlacht) Interessante discussies over deze zaken worden bijna niet meer gevoerd in de media omdat bijna iedereen positie heeft gekozen. Je mening herzien in het licht van nieuwe feiten en kennis wordt als inconsequent, of zelfs laf en kwetsbaar ervaren. De interessante debatten worden nu gevoerd op Substack, Quillette en andere nieuwe en sociale media, waar ook heterodoxe meningen aandacht krijgen. Dat geldt trouwens ook voor interessant wetenschappelijk onderzoek.

‘Het medialandschap ondergaat op dit moment twee grote revoluties: het gebruik van AI bij het verzamelen en presenteren van informatie, en de verschuiving van de presentatie van onderzoek wég van de klassieke wetenschappelijke tijdschriften – tenzij natuurlijk voor heel technische kwesties – naar de meer informatieve sociale media. Wie zich zorgvuldig informeert (een belangrijke voorwaarde), ziet zo de onderwerpen bovendrijven waarmee onze mainstreammedia niet voor de dag komen.

‘Er is een verschil tussen argumenteren waarom je denkt dat je gelijk hebt, wat vereist dat je je grondig informeert, en publiekelijk duidelijk maken aan welke kant je staat. Dat eerste is niet gemakkelijk, daarvoor moet je lezen, studeren, ook kritiek durven verwelkomen en onderkennen. Maar dat tweede, dat is heel gemakkelijk. Het is van alle tijden – denk maar aan Odysseus!’

Mensen identificeren zich ook met hun religie.

‘We kunnen in zekere zin de vergelijking maken met religie. Religie bestaat, in essentie, uit complexe clusters van zeer bizarre overtuigingen die een belangrijke rol spelen in het motiveren van interpersoonlijke en sociale coördinatie en conflicten helpen oplossen. In het christendom hebben we veel van die overtuigingen “vermetaformiseerd” en geculturaliseerd: we vinden ze nog wel belangrijk, maar we nemen wat er in de Bijbel staat niet meer letterlijk. Het christendom is een getemde religie en we zijn allemaal “vrome ongelovigen” geworden. In de islam daarentegen worden die bizarre overtuigingen wel nog letterlijk én heel serieus genomen, zeker in de radicale islam.

‘Nog een andere factor speelt mee: radicale ideeën worden minder radicaal wanneer iedereen in de groep hetzelfde denkt. Vandaar de vaak voorkomende acceleratieprocessen: “Kijk eens wat ik durf te zeggen en te doen” lijkt nog het enige te zijn wat iemand als Greta Thunberg interessant maakt. Je ziet die acceleratie zowel op rechts als op links.’

Thunberg, intussen een volwassen vrouw, focust vandaag vooral op de Palestijnse zaak. Ik vermoed dat de overlap tussen scholieren die voor het klimaat marcheerden en jongvolwassenen die dat vandaag doen voor Palestina groot is.

‘De charme van het radicale standpunt is verleidelijk, de inhoud van dat standpunt is minder interessant dan de positieve ervaring waarmee erkenning, status en prestige gepaard gaat. Dat is ook de aantrekkelijkheid van “intersectionaliteit”.

‘Mensen die het postkolonialisme verdedigen, die zich kritiekloos scharen achter de Palestijnse zaak, die degrowth bepleiten, die een radicale variant van genderideologie aanhangen – dat zijn, empirisch gezien, vaak dezelfde mensen. En wat hen samenbrengt is de oude marxistische gedachte dat er een “klasse” is die domineert omdat ze de andere klassen uitbuit. En wie is die klasse? De “witte man”, de blanke, heteroseksuele cisman. Soms denk ik zelfs dat de inhoud er eigenlijk niet meer toe doet: wie bij peers aandacht en erkenning wil afdwingen, kan dat het best doen door zo radicaal mogelijk te denken.’

Welke verantwoordelijkheid draagt de reguliere pers in dit verband? U zei daarnet dat de interessante debatten elders plaatsvinden, maar de doorsneeburger blijft voor zijn informatie in belangrijke mate afhankelijk van de mainstreammedia.

‘Ik betwist dat we nog steeds van mainstreammedia afhankelijk zijn. Er zijn veel alternatieven. Maar het is wel zo dat de mainstreammedia vaak onze aandacht manipuleren en selectief werken, wat veel perverser en veel efficiënter is. Het is de perfecte techniek om de lezer in twee vallen tegelijk te laten trappen: voor wie aan de “juiste” kant staat, wordt gespeeld op de confirmation bias – onze natuurlijke neiging om bevestiging te zoeken voor wat we al geloven – én op onze aversie voor verlies.

‘Toegepast op overtuigingen: we worden niet graag geconfronteerd met wat ons ontgoochelt, wat weerlegt waar we toch zo zeker van waren. Maar de wereld is ons niet altijd goedgezind en geeft niet iedereen gelijk. Aandachtsmanipulatie is pervers omdat het zo makkelijk plausibel kan worden ontkend. Leugens kunnen worden ontmaskerd, maar aan iets geen aandacht schenken, kan altijd weggewuifd worden “omdat het niet relevant is” of “omdat het elders aan bod komt” of “omdat het de mensen niet interesseert”. Dat is de reden waarom ik iedereen ook aanraad om accounts op sociale media te volgen.’

We denken dan in de eerste plaats aan de politiek. Maar ook buiten de politiek is wat u zegt van toepassing.

‘Ik ben Paul Feyerabend en Thomas Kuhn weer aan het lezen. Ik heb nog altijd wat twijfels over hun radicale wetenschapsfilosofische stellingen, maar als je hun theorieën toepast op overtuigingsclusters die de ronde doen, beginnen ze hun meerwaarde te tonen.

‘Of een theorie ingang vindt, heeft niet enkel te maken met de vraag of ze juist of fout is. Een wetenschapper die zijn inzichten wil laten domineren, zal er ook voor moeten zorgen dat ze goed in de markt liggen. Uiteraard helpt het dan als een theorie falsifieerbaar is, maar het is niet zo dat dat volstaat, of dat enkel ware theorieën een hoge marktwaarde hebben. Als dat klopt, moeten we naar de marktwaarde van denkbeelden kijken om te verklaren waarom ze zo populair zijn.

‘Een voorbeeld: er moet een enorme vraag zijn naar de genderdenkbeelden om te verklaren waarom zelfs verstandige mensen de nonsensicale gedachte accepteren dat je biologische geslacht bepaald wordt door je sociale identiteit, door “hoe je je voelt”, en niet door je genetische make-up. Hoe komt het dat dit bizarre, totaal uit de lucht gegrepen idee een gigantische sociale marktwaarde krijgt en gedijt in disciplines als genderstudies? In Konstanz vertelde me iemand dat de Duitse universiteiten 125 hoogleraren genderstudies hebben, en nog slechts een handvol die zich bezighouden met het ontwikkelen van onderzoek kernenergie. Waar liggen onze wetenschappelijke prioriteiten eigenlijk?’

*Roan Asselman is journalist, opinieredacteur en Amerika-columnist van Doorbraak.be.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!