Waarom Rob Jetten zich geen enkele illusie hoeft te maken over zijn politieke toekomst
Artikel beluisteren
Rob Jetten – het is geen geheim – genoot een katholieke jeugd in het Brabantse Uden. Vorig jaar vertelde hij voor de EO-microfoon dat hij ondanks zijn gecancelde kerklidmaatschap nog steeds ‘rust’ vindt bij katholieke rituelen en gebruiken. ‘Ik betrap mezelf erop dat als ik op vakantie ben in Zuid-Europa en een mooie kerk binnenstap, dat ik vaak de eerste ben die een kaarsje aansteekt en zich even tot overleden familieleden richt.’
Zou Rob Jetten, behalve nog steeds een beetje gelovig, ook een beetje bijgelovig zijn? In dat geval heeft hij veel reden om zich zorgen te maken.
Bijna opgedoekt
Zeker, als minister-president heeft Jetten het verder geschopt dan alle D66-leiders vóór hem. Maar feit is ook dat geen enkele D66-leider de afgelopen zestig jaar met een brede glimlach op het gezicht uit de Haagse arena is vertrokken. Een bar slecht voorteken voor Jetten.
Hoe was het ook alweer?
In 1967 debuteerde D66 op het Binnenhof onder aanvoering van de charismatische intellectueel Hans van Mierlo. Maar al snel verbleekte het hippe profiel van zijn partij. Van Mierlo bezweek voor het idee van progressieve samenwerking en koos in 1972 voor een electoraal bondgenootschap met de PvdA en de links-radicale PPR. In 1974, na rampzalig verlopen Provinciale Statenverkiezingen (0,98 procent van de stemmen), werd D66 zelfs bijna opgeheven: op een partijcongres bleek meer dan de helft van de aanwezigen daar voorstander van, maar net niet de statutair vereiste twee derde meerderheid.
De sympathieke kinderboekenschrijver alias ideale schoonzoon Jan Terlouw wist D66 vervolgens te reanimeren. Maar in 1981 ging het opnieuw mis.
Terlouw liet zijn partij als derde wiel aan de wagen meedoen aan een coalitiekabinet van CDA en PvdA, waarin ook de gezworen vijanden Dries van Agt (premier) en Joop den Uyl (eerste vicepremier) zitting kregen. Terlouw werd vermorzeld en verloor bij de vervroegde Kamerverkiezingen van 1982 elf zetels, op dat moment de grootste nederlaag uit onze parlementaire geschiedenis.
Fiasco op Buitenlandse Zaken
Nadat Van Mierlo bereid was gevonden een comeback als partijleider te maken, krabbelde D66 toch weer op. Grootste beloning, in 1994: 24 zetels en een prestigieus ministerschap voor ‘Hafmo’ op Buitenlandse Zaken.
Het werd een fiasco. Van Mierlo verscheen regelmatig onvoorbereid in de Tweede Kamer, liet op Europees gebied alle ruimte aan premier Wim Kok en maakte in 1997 de blunder van zijn leven door de arrestatie van de Surinaamse drugsverdachte Desi Bouterse te verijdelen. ‘Macht en invloed van de minister van Buitenlandse Zaken lijken onder Van Mierlo te zijn afgenomen,’ concludeerde de Volkskrant in een vernietigende terugblik op zijn ministerschap, waarvoor hij van de krant het rapportcijfer vier kreeg.
Els Borst en Thom de Graaf
Els Borst, Van Mierlo’s opvolger als partijleider, loodste als minister van Volksgezondheid weliswaar een reeks belangrijke medisch-ethische wetten door het parlement, maar wist nauwelijks greep te krijgen op de wachtlijstenproblematiek. Als lijsttrekker ging ze in 1998 zwaar onderuit: tien zetels verlies.
De volgende partijleider van D66 heette Thom de Graaf. Nadat hij bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002 en 2003 in totaal acht zetels had verspeeld, mocht hij zich als bewindsman zonder portefeuille gaan bezighouden met bestuurlijke vernieuwing. De Graafs plannen om de gekozen burgemeester mogelijk te maken werden echter getorpedeerd in de Eerste Kamer, waarna de ontgoochelde minister in 2005 zijn vertrek aankondigde.
Alexander Pechtold herhaalde vervolgens het huzarenstukje van Terlouw uit de jaren zeventig en liet D66 weer groeien – en flink ook. Maar in 2018, ten tijde van zijn vertrek, was van zijn glanzende imago weinig meer over. Er was onder meer gedoe over een appartement in Scheveningen – cadeau gekregen van een Canadese oud-diplomaat maar door ‘Alexander Penthouse’ niet vermeld in het geschenkenregister van de Tweede Kamer – en een buitenechtelijke relatie met een twintig jaar jongere partijgenote uit Drenthe die hij zou hebben gedwongen tot abortus.
Kille hooghartigheid
Met Sigrid Kaag als lijsttrekker evenaarde D66 in 2021 de recordscore van Van Mierlo uit 1994: 24 zetels. Maar als eerste vicepremier en minister van Financiën in het kabinet-Rutte IV werd Kaag steeds vaker betrapt op kille hooghartigheid en vertoon van morele superioriteit.
Liever dan over ’s lands financiën, de hyperinflatie of de koopkrachtcrisis liet Kaag op sociale media haar licht schijnen over de ramadan, slavernijexcuses en de zeespiegel. Eind 2022 stelde Maurice de Hond vast dat Kaag van alle ministers de laagste vertrouwensscore had: 3,3 op een 10-puntsschaal. Van haar in de zomer van 2023 aangekondigde vertrek uit de vaderlandse politiek keek dan ook niemand op.
Rommelende senaatsfractie
Als nieuwe partijleider van D66 stapte Rob Jetten drie jaar geleden in de voetsporen van voorgangers met wie het zonder uitzondering niet goed afliep in Den Haag. Doet hij er alles aan om hun lot te ontlopen?
Als minister-president liet Jetten de zaken dit jaar al twee keer ontsporen. Eerst was er het wegstemmen van de asielnoodmaatregelenwet door de Eerste Kamer. Met dank aan de senaatsfractie van D66, die, zo luidde de terechte kritiek, van de premier kennelijk maar wat mag aanrommelen.
Chaotisch begrotingsoverleg
Deze zomer volgde een ongekend chaotisch begrotingsoverleg, waarbij Jetten verzuimde om schouder aan schouder op te trekken met minister Eelco Heinen van Financiën.
Eindresultaat: prinsjesdagstukken waarin vooral oppositiepartij Pro wordt gepaaid, in 2025 nota bene de verliezer van de Tweede Kamerverkiezingen. ‘Het feest van de democratie op Prinsjesdag dreigt er één met een grafstemming te worden,’ schreef De Telegraaf onlangs in een hoofdredactioneel commentaar.
Om het tij nog te keren, zijn heel veel brandende kaarsjes nodig. Laat Rob Jetten maar nergens op rekenen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


