De doemscenario’s voor het klimaat laten zich niet zomaar verjagen

Jaspers 260626
AMOC, het stelsel van stromingen in de (noord-)Atlantische Oceaan. Beeld: Wikipedia Commons.

Artikel beluisteren

Wanneer u dit leest, heeft D66-landbouwminister Jaimi van Essen net zijn plan gepresenteerd om Nederland te verlossen van de stikstofwaanzin. U houdt mijn doortimmerde mening over dat plan tegoed. Er blijft nog genoeg waanzin over om nu al een doortimmerde mening over te geven.

Toegegeven, waanzin is een iets te sterk woord voor het extreme klimaatscenario RCP-8.5 dat onlangs door het IPCC ten grave is gedragen. RCP-8.5 was een doemscenario voor de uitstoot van broeikasgassen dat tot 6 à 7 graden opwarming in 2100 zou leiden, terwijl we nu afstevenen op +2,5 graden. De waanzin zat ‘m niet in de onderliggende klimaatwetenschap, maar in het vasthouden aan aannames over wat de mensheid qua uitstoot zou gaan doen deze eeuw, terwijl we al jaren wisten hoe onrealistisch dit was. Dat is meer politiek dan wetenschap.

KNMI wil niet zomaar van alarmscenario af

Echter, er is heel wat leven na de dood voor doemscenario’s. Het Nederlandse KNMI heeft al aangegeven dat ze hun prognoses voor Nederland op basis van RCP-8.5 niet zomaar in de prullenbak gooien, daar moet zéér zorgvuldig over nagedacht worden. Verder zorgt de traagheid van het wetenschappelijke publicatieproces ervoor, dat we nog zeker een jaar artikelen over klimaat op basis van RCP-8.5 uit de pijplijn zullen zien komen.

RCP-8.5, en een gemoderniseerde variant, waren de lievelingen van veel klimaatwetenschappers omdat ze dan tenminste ondubbelzinnige resultaten uit hun modellen kregen. Die modellen leveren, als je ze met telkens iets andere begincondities een keer of twintig laat draaien op de computer, telkens iets andere voorspellingen op.

De breedte van die waaier aan voorspellingen is een belangrijke check op hoe robuust je resultaten zijn. Bij de gematigder scenario’s omvat die waaier vaak ook dat klimaatverandering eigenlijk niks doet of zelfs voordelig is: niet meer of zelfs minder hittedoden, niet vaker extreem weer, het kan vriezen of dooien. Dat is geen fijne boodschap voor de aanvraag van je volgende onderzoeksbeurs.

En nu: de Golfstroom

Afgelopen week verscheen in vakblad Science een interessant overzichtsartikel over de AMOC, de noord-Atlantische zeestroming die West- en Noord-Europa warm houdt, waarin ook weer wordt verwezen naar modellen die met het doemscenario RCP-8.5 rekenen.

Opmerkelijk is, dat zelfs dit doemscenario volgens twee recente simulaties de AMOC niet kan laten instorten, in tegenstelling met eerdere simulaties van Utrechtse onderzoekers, in februari 2024, waar met name De Volkskrant groot mee uitpakte. In dat, inmiddels dus in de ban gedane, RCP-8.5 scenario verzwakt de AMOC wel met 40 procent, maar hij stort niet in en veert ook weer terug als de CO2-uitstoot afneemt.

Niettemin blijft met name Stefan Rahmstorf met zijn Potsdam Institute for Climate Impact Research roepen, ook in dit artikel, dat de AMOC een kantelpunt nadert en op instorten staat, waardoor in Europa een soort ijstijd zal aanbreken.

Ook dat vraagt om een stukje politieke duiding: nu de mondiale doemscenario’s officieel van tafel zijn, is kantelpunt AMOC de volgende hill to die on voor klimaatalarmisten, want dat is niet per se afhankelijk van een extreem stijgende uitstoot aan broeikasgassen later deze eeuw zoals in RCP-8.5, dat kan volgens hen nu al gebeuren.

Het grote probleem met dat kantelpunt is, dat het volgt uit een complexe modellenwerkelijkheid met input van slechts zeer schaarse en onnauwkeurige metingen (waar hebben we dat vaker gezien?). Critici wezen bovendien op de volstrekt ireeële aannames over hoe snel de Groenlandse ijskap kan smelten.

Het artikel in Science is een mix van reportage vanaf een onderzoeksschip en een overzicht van recente publicaties over de AMOC. Die reportage maakt duidelijk waarom er zo weinig gemeten wordt aan de AMOC: het is extreem lastig om een oceaanstroming in kaart te brengen die heel langzaam is, maar wel kilometers diep en duizenden kilometers breed.

Pas sinds een aantal jaren zijn twee meetnetwerken operationeel, RAPID en OSNAP, die daar enigszins betrouwbare gegevens over leveren. Zulk oceaan-onderzoek is technisch bijna net zo moeilijk als een ruimtesonde naar Mars sturen: Rapid bestaat uit autonome boeien die zichzelf afzinken naar de bodem van de oceaan en daar twee jaar blijven liggen om gegevens over temperatuur en zoutgehalte van het water te registreren.

Alleen al het terugvinden van die boeien, midden op de onafzienbare oceaan, is een technisch hoogstandje, maar daar hebben we tegenwoordig GPS voor. Als het schip precies op de goede locatie boven de boeien ligt, zendt die een luide ping uit, een akoestisch signaal dat voor de fel oranje boei het commando is om zich los te maken van zijn verankering en omhoog te drijven naar de oppervlakte. Dat duurt ruim twintig minuten. Het schip vist die boeien op, vervangt ze door nieuwe, en leest de data van de oude boeien uit.

Dat levert uiteindelijk onderstaande grafiek op:

De kracht van de AMOC in de afgelopen twintig jaar. Grijs: maandelijkse waarde, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden. Rood: voortschrijdend gemiddelde. Oranje: langjarige (lineaire) trend. Bron: https://www.science.org/doi/epdf/10.1126/science.aej5876

De oranje trendlijn geeft aan, dat de AMOC sinds 2005 ongeveer 10 procent zwakker geworden is, maar je kan er over twisten of het zinnig is, om een rechte lijn door zulke grillig fluctuerende data te trekken. Bijvoorbeeld: als je de eerste drie jaar aan data weglaat, blijft er van die dalende trend niets over. Ik hoor u nu zeggen: Dat is cherry-picking! Je mag niet zomaar data negeren! Maar zelfs dat is minder simpel dan het lijkt.

Wanneer ga je rekenen?

Stel, het uitrollen van dat RAPID-netwerk had drie jaar vertraging opgelopen, iets wat niet ongewoon is voor zulke grote, complexe projecten. Dan zaten we nu te kijken naar data van 2008 tot 2024 die geen dalende trend vertonen. Toevallig lag RAPID er net op tijd om die bult in de grafiek tussen 2005 en 2008 op te pikken, maar wie zal zeggen, of er geen diepe dip tussen 2002 en 2005 zit?

Het feit dat RAPID op een, klimaattechnisch gezien, willekeurig moment begon met data registreren, is ook een soort cherry-picking. We weten meer in het algemeen niet op welke tijdschaal de AMOC natuurlijke variatie vertoont en hoe groot die is. Daarvoor zou je eigenlijk minstens een eeuw aan meetwaarden willen hebben. Maar het is een veeg teken, dat de (lineair) dalende trend in twintig jaar AMOC louter veroorzaakt wordt door de eerste drie jaar.

Dat probleem doet zich vaker voor in de wetenschap. Toen Nijmeegse onderzoekers concludeerden dat het aantal vliegende insecten met driekwart was afgenomen – en de media prompt een mondiaal insectenarmageddon afkondigden – hing dat resultaat sterk af van één jaar vroeg in de reeks met een buitengewoon grote insectenpopulatie. Is het cherrypicking als je dat ene uitzonderlijke jaar weglaat? Daar bestaat geen objectief antwoord op.

Komisch was ook de beruchte ‘pauze’ in de mondiale opwarming van 1998 tot 2012. Klimaatontkenners begonnen vanaf 2010 te juichen dat de opwarming gestopt was, en dat er dus niets van de klimaatmodellen klopte. Tegenstanders riepen dat er helemaal geen pauze was: dit was puur cherrypicking, de opwarming ging gewoon door. Het was soms bizar om te zien hoe opwarmings-ontkenners en pauze-ontkenners elkaar in de haren vlogen over het wel of niet opnemen van nog een paar jaren aan de voor en/of achterkant van het tijdsvenster ’98 – ’12 om hun eigen gelijk te bewijzen.

De enige zinnige benadering was uiteraard: je oordeel tien jaar uitstellen, maar kom daar maar eens om bij zo’n heet hangijzer in de politiek. De consensus is inmiddels dat die pauze reëel was, maar binnen de marges van de natuurlijke variaties van het klimaat viel.

Voorlopige conclusie: het bewijs dat de AMOC op instorten staat, wordt met iedere nieuwe studie zwakker. En trouwens, als de AMOC echt al verzwakt is, hoe kan het dan dat Europa twee keer zo snel opwarmt als de rest van de wereld?

Natuurkundige en wetenschapsjournalist Arnout Jaspers publiceerde bij Uitgeverij Blauwburgwal de succesboeken ‘De Stikstoffuik’, ‘De Klimaatoptimist’en ‘Weg Met Ons’. In Wynia’s Week schrijft hij al zes jaar veelgelezen artikelen en columns, vooral over klimaat- en natuur. Steunt u deze doortimmerde journalistiek? Hartelijk dank!