Dit is de kentering die vakbonden en Pro negeren. Steeds meer ouderen werken wél door voorbij hun AOW-leeftijd
Artikel beluisteren
Ouderen zijn goud waard. In hun veel geroemde vrijwilligerswerk binnen en buiten de familierelaties. Maar ook op de arbeidsmarkt. Niet als vrijwilligers. Gewoon betaald.
Niet elke werkgever, vakbondsonderhandelaar of politicus weet het verlangen van ouderen die (willen) doorwerken echter op waarde te schatten. Werkgevers zien ouderen als passé. Vakbonden zien hen als concurrenten van hun leden op de arbeidsmarkt. Wetgeving (politici) en cao’s (vakbonden en werkgevers) zijn een sta-in-de-weg.
Op straat
Werknemers worden op de AOW-gerechtigde leeftijd met meer of minder egards op straat gezet. De arbeidsovereenkomst wordt automatisch ontbonden. Fijn voor wie het werk of de baas spuugzat is. Maar niet voor wie onder aangepaste voorwaarden zijn carrière wil verlengen. Of iets nieuws wil beginnen.
De wet is een collectieve regeling waaraan niemand zich kan onttrekken. Dat treft niet de meerderheid, die graag wil stoppen, maar wél de minderheid die wil doorwerken. En deze minderheid groeit als kool.
Statistiekbureau CBS publiceert elk kwartaal cijfers over ouderen op de arbeidsmarkt. In 2013, toen het CBS met deze statistiek startte, deden 156.000 mensen tussen 65 en 75 jaar betaald werk. Dat was 9,7 procent van de arbeidspopulatie in deze leeftijdscategorie. In het afgelopen tweede kwartaal waren zij met 453.000, bijna drie maal zo veel. Dat is bijna 23 procent van de populatie.
En hoeveel mensen werken door boven hun 75-ste? In 2013 waren dat 21.000, in 2026 68.000.
Er is een kolossale kentering opgetreden ten opzichte van de jaren tachtig en negentig (van de vorige eeuw).
Zwitserleven
Jarenlang heeft de nasleep van de massawerkloosheid begin jaren tachtig het politieke en maatschappelijke debat vergrendeld. De boodschap was: werkgelegenheid is een vast gegeven, dus je moet het werk beter verdelen.
Dat kon door mensen met de vut te sturen. Vervroegd uittreden heette dat. Het kon door de werkweek te bekorten (40 uur werd 36 uur, vaak ook 32 uur). Wie toch wilde blijven werken tot aan de AOW-leeftijd was een dief van zijn eigen portemonnee (zo florissant was de vut).
De werkwillige was ook moreel fout. Hij hield een arbeidsplaats bezet voor een jongere. En de werkwillige was ook nog eens een keer iemand die zijn leven zonder werk kennelijk niet op een vreugdevolle en bevredigende manier kon inrichten. Dat laatste, zeg maar: het Zwitserleven-gevoel van vijftigers op terrassen en parelwitte stranden, was een marketingtruc uit de flowerpower.
Welvaart gedrukt
Eerder stoppen en minder werken werden gepresenteerd als het ultieme doel van het werkzame leven. De vervolmaking daarvan was het Akkoord van Wassenaar in 1982, dat bedrijven winstherstel bood en werknemers minder uren. Het akkoord wordt nog steeds gevierd als hoogtepunt van polderdenken. Maar het groeipotentieel van de economie en dus ook de welvaart zijn door het rantsoeneren van arbeid decennia gedrukt.
Bij de vakbeweging zit de wens om eerder te stoppen diep. De bonden brachten in 2005 300.000 mensen op de been tégen het afschaffen van vroegpensioen en tegen een hogere AOW-leeftijd.
In het akkoord over nieuwe pensioenregels, die de werkgevers graag wilden, lieten de bonden in 2019 de vertraagde verhoging van de AOW-leeftijd vastleggen. Dus toen het kabinet-Jetten een hogere AOW-leeftijd in 2033 aankondigde sloegen de bonden én politieke bondgenoot Pro alarm.
Geest uit fles
Het plan moest van tafel. Het plan verdween in een la. Maar de geest was uit de fles. Het droeg bij aan de stakingen van de afgelopen week.
Kijk naar de trend van langer werken en je ziet: bonden en Pro voeren een achterhoedegevecht. De AOW-leeftijd is verhoogd en gekoppeld aan de levensverwachting, dus mensen werken langer door. Veel mensen zijn gezond genoeg om ook langer te kúnnen doorwerken. En er zijn er genoeg die langer wíllen doorwerken, in deeltijd graag. Waarom? Werk draagt bij aan zingeving, geeft structuur, biedt sociale contacten en het geld telt ook.
De kentering in de tijdgeest gaat hand in hand met economische logica.
De overtuiging eind jaren zeventig dat werkgelegenheid een gegeven is, blijkt fictie. De economie is een dynamisch samenspel van kennis, ervaring, winstbejag, ondernemerschap en arbeid. Bijna tien miljoen mensen werken. Toch heeft Nederland een tekort aan werkkrachten en een overschot aan werk. Kijk maar naar de wachtlijsten en de vacatures.
Tegen de vergrijzing kan niemand zich verzetten. Maak er geen tegenstander van. Je verliest altijd. Doe wat judoka’s doen: meebewegen en toeslaan.
Dit had Brekelmans moeten zeggen
Dus vakbonden en politici: maak meer ruimte. De vrijheid voor de een om te stoppen met betaald werk moet ook de vrijheid van de ander zijn om door te gaan. Dat had de liberale fractievoorzitter Ruben Brekelmans vorige week voorop moeten stellen in zijn Binnenhoflezing, niet alleen die 5-daagse werkweek voor jongeren.
De opdracht voor werkgevers is: zoekt en gij zult geschikte ouderen vinden. Want zeg nu zelf: ouderen hebben hun betrouwbaarheid al bewezen, ze zijn bij de tijd en ze verzuimen niet op maandag vanwege festival of sportieve waaghalzerij.
Maak van de trend je bondgenoot.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


