Moeten we allemaal weer christelijk worden?
Artikel beluisteren
Ook in de christelijke traditie was het zondige leven vaak sterker dan de oorspronkelijke leer. Maar dat is geen reden om dat christendom met allerlei moderne clichés dood en begraven te verklaren. Een herwaardering verdient serieuze overweging, schrijven een journalist, een historica en een theoloog.
Soms is een boek meer dan zo maar een boek, maar groeit het uit tot een heus evenement. Het boek van Beatrice de Graaf, Stefan Paas en David Boogerd over de christelijke wortels van de westerse cultuur is nog geen twee weken geleden gepresenteerd, maar is al aan zijn vierde druk toe en staat sinds deze week bovenaan de Bestseller 60 – boven Johnnie Walker van Connie Palmen, Lord M. van Arthur Japin en een boek over een populaire voetbalpodcast. De auteurs hebben hun verhaal inmiddels mogen doen bij Buitenhof en er zijn bij vleet interviews en recensies verschenen.
Allesbehalve sexy
De auteurs (een historica, een theoloog en een journalist) zijn weliswaar bekend van een succesvolle EO-podcast, maar het onderwerp van hun boek De ongelooflijke geschiedenis is allesbehalve sexy: het gaat over het christendom en over de invloed die het christelijke geloof heeft uitgeoefend op de vorming van onze cultuur. Het boek is weliswaar uitgegeven door Prometheus, maar is niet in hippe locaties als De Balie of de Rode Hoed ten doop gehouden, maar in een theologisch instituut aan een Utrechtse gracht.
Hoe is dit ongekende succes te verklaren? Nu al decennialang is het christelijk geloof weggezet als een bron (zo niet dé bron) van (alle) onheil: van benepen kleinburgerlijkheid, van alle hypocrisie, van de onderdrukking van vrouwen en homo’s, van de verheerlijking van ongelijkheid, van de goedpraterij van slavernij en andere vormen van geweld, van het antisemitisme dat uitmondde in de Holocaust, van ‘heilige’ oorlogen en kettervervolgingen en katjes in het donker.
Langzame kentering
Het was het geloof van de ouders van een generatie die vrij en blij wilde zijn en het juk des geloofs wilde afwerpen. Het meest effectieve middel om je ervan te ontdoen is de afrekening in de vorm van persiflage en spot – van Maarten ’t Harts Een vlucht regenwulpen tot Jan Wolkers’ Terug naar Oegstgeest.
En nadat de afkeer en frustratie waren afgereageerd, werd datzelfde ‘gereformeerde’ geloof of het geloof van de ‘ouwelvreters’ met hun ‘rotte tanden’ (W.F. Hermans) irrelevant verklaard – een relict waaraan je schouderophalend voorbij kon gaan omdat het inmiddels alle macht en invloed had verloren. De strijd was beslecht. ‘Ik heb aan die confessionele heren geen boodschap, zei Hans Gruijters (ex-katholiek, een van de oprichters van D66 en minister in het kabinet-Den Uyl) in 1972. ‘Ze hebben twee millennia van onbetrouwbaarheid achter zich.’
Daarin schijnt langzamerhand een kentering te komen. Als je in de jaren tachtig studeerde moest je je voor je geloof verantwoorden tegenover onwelwillende medestudenten, en de docenten hadden zich recent ontworsteld aan dat geloof en waren dus zeker niet welwillender. Sinds een jaar of tien is het christelijk geloof een interessant perspectief geworden, zolang je het zelf ook maar als een perspectief en niet als de waarheid ziet. De oorzaak van deze nieuwe welwillendheid was ongetwijfeld de onkunde, het religieus analfabetisme van een generatie waarvan de ouders al niet meer kerks waren opgevoed.
Die onwetendheid maakt nu plaats voor nieuwsgierigheid. En de oorzaak daarvan is weer gelegen in wat – met een wat groots woord – als het ‘zingevingsvraagstuk’ wordt aangeduid. Een generatie die niets meer meekrijgt op spiritueel en moreel gebied en in levensbeschouwelijke onverschilligheid groot is geworden, gaat zich toch afvragen of er iets van zin is, van blijvende waarde, van een orde die het leven heilzaam begrenst – in een wereld die in toenemende mate onzeker is, mateloos, dolgedraaid en aan alle kanten bedreigd wordt. Er is al veel over geschreven: over Generatie Z die zich bekeert en laat dopen en op een tot voor kort ongekend vrijmoedige manier van het herwonnen geloof getuigt.
Wat dat betreft komt het boek van De Graaf, Paas en Boogerd dus op een uitgelezen moment. Wat is dat christelijk geloof eigenlijk? Waar komt het vandaan? Hoe heeft het onze cultuur gevormd? Was het alleen maar een bron van alle kwaad, of heeft het niet ook veel goeds gebracht – zozeer zelfs dat een herwaardering overweging verdient?
Niet apologetisch
Het boek van het drietal is niet apologetisch. Dat lijkt me een tweede factor die het succes ervan verklaart. Het praat niet recht wat krom was, en ziet niet over het hoofd dat het christendom zich vaak heeft laten gebruiken voor politieke agenda’s. Alle ongemakkelijke feiten, gebeurtenissen en opvattingen worden eerlijk onder ogen gezien – verdeeld over de thema’s macht, gelijkwaardigheid, seks, natuur, geld en oorlog.
Het gaat dus ook over kruistochten, slavernij en vrouwenonderdrukking. Maar het belicht niet alleen dit ‘zwarte register van duizend zonden’. Het prikt tegelijkertijd allerlei moderne clichés door, door te laten zien dat heel veel goede ideeën direct aan het christendom zijn ontleend: dat niemand boven de wet staat, dat slavernij moet worden afgeschaft, dat de armen en zieken en kinderen zorg en bescherming verdienen, dat seks zonder toestemming verkeerd is, dat alle mensen (voor God) gelijk zijn – en dat wij vergeving nodig hebben.
‘Onze gewetens zijn door de wasstraat van honderden jaren christendom gegaan’. Er is veel fout gegaan, het zondige streven naar macht en de eigenliefde bleek al te vaak sterker dan de oorspronkelijke boodschap, maar dat christelijk geloof bleek telkens in staat zichzelf te corrigeren en te hervinden.
Al eerder verteld
Dat verhaal over de waarde en het belang van het christelijk geloof voor onze geschiedenis en identiteit, is al eerder verteld. Recent nog door de Britse historicus Tom Holland in zijn boek Heerschappij, en ook door Larry Siedentop in een boek waarin hij het liberalisme als een (parasiterende) vrucht van de christelijke traditie beschreef (De uitvinding van het individu).
Het verschil met Holland en Siedentop – en dat is de derde factor die het succes van De ongelooflijke geschiedenis verklaart – is dat dit boek journalistiek en dus zeer toegankelijk is geschreven. Het is een boek met een respectabele omvang (385 bladzijden), maar zo goed geschreven dat het uitstekend leesbaar is.
Levende overtuigingen
En het stelt de vraag aan de orde of we de decennia van afrekening, onverschilligheid en analfabetisme niet achter ons moeten laten en ons opnieuw, en goed geïnformeerd, op onze eigen geschiedenis moeten bezinnen. ‘Een cultuur die nog iets wil bewaren van menselijke waardigheid, zorg voor de zwakken en wantrouwen tegenover absolute macht, kan niet eindeloos teren op herinneringen alleen’, schrijven De Graaf, Paas en Boogerd. ‘Zulke overtuigingen blijven alleen levend waar ze gevoed worden: door verhalen, door gewoonten, door gemeenschappen waarin ze telkens opnieuw worden geoefend.’
Dat lijkt mij helemaal juist. Moeten we allemaal weer christelijk worden? Niets hoeft natuurlijk. Maar het zou in meerdere opzichten wel helpen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


