‘Gewone’ werkende Nederlanders hebben van het kabinet-Jetten niks te verwachten
Artikel beluisteren
Door Henk C. Jonkhoff*
In deel 1 en deel 2 van deze serie introduceerde ik Kees Dijkstra: een gereedschapsmaker uit Vlaardingen, symbool van iedereen die werkt en de rekening van het overheidsbeleid betaalt zonder er de baten van te zien.
Drie partijen presenteerden zich bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 nadrukkelijk als zijn stem: het CDA, de VVD en JA21. Twee van die partijen – CDA en VVD – traden in februari samen met D66 toe tot het minderheidskabinet van Rob Jetten. Zijn voor Kees Dijkstra nu betere tijden aangebroken?
Scherpste diagnose
Met het verkiezingsprogramma Bouwen op vertrouwen heeft het CDA een verhaal dat erg dicht bij de werkelijkheid van Kees staat. Waar GroenLinks-PvdA en D66 hun programma beginnen bij het klimaat en de bestaanszekerheid daarna laten volgen, draait het CDA de volgorde om: eerst de zekerheid van een fatsoenlijk bestaan, dan de rest. De christendemocraten typeren Nederland als een land met twee gezichten, waarin de afstand tussen wie het goed heeft en wie elke maand moet rekenen te groot is geworden — en het CDA maakt daar een politieke hoofdzaak van, geen voetnoot.
Twee dingen vallen op. Het CDA wil ‘minder regels en meer ruimte’. Dat raakt de machine die in deze reeks steeds terugkeert: elke nieuwe regel schept werk voor de mensen die regels schrijven en controleren, en de kosten daarvan worden over iedereen uitgesmeerd. Het CDA wil die machine terugdringen en spreekt nadrukkelijk over waardering voor het vakmanschap van de mensen die het echte werk doen: de boer, de zorgverlener, de monteur. Dat is geen vanzelfsprekend geluid bij een middenpartij.
Wat eveneens opvalt is dat klimaatbeleid volgens het CDA niet alleen ambitieus, maar ook sociaal moet zijn. Dat klinkt als een dooddoener, maar dat is het niet: het betekent dat de partij erkent dat een hoger klimaatdoel een prijs heeft die ergens neerslaat, en dat die prijs niet vanzelf eerlijk verdeeld is. Dat is méér dan de partijen doen die de rekening wegmoffelen achter de frase dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.
Wie het eerste deel van deze serie heeft gelezen, herkent hier het patroon van de ‘Bootleggers and Baptists’-theorie. Het CDA levert de morele rechtvaardiging: klimaatbeleid moet, en het moet eerlijk. Maar wie er ondertussen verdient aan de regeldruk, de toezichthouders en de uitvoeringslaag – de Bootlegger achter de Baptist – dat benoemt de partij niet.
Het CDA verzuimt de optelsom te maken: dat de kosten van het klimaat- en regelbeleid het zwaarst uitvallen voor wie het minst heeft, en dat de subsidies voor verduurzaming vooral terechtkomen bij wie de investering al kan voorschieten: de huiseigenaar, niet de huurder. Het CDA heeft bovendien een eigen ongemak: de partij zat de afgelopen jaren aan tafel bij diverse kabinetten die de regeldruk en de energietransitie vormgaven. Volgens de doorrekening van het Centraal Planbureau (CPB) vraagt het CDA-programma bovendien per saldo een lastenverzwaring van enkele miljarden. De partij van Henri Bontenbal analyseert als zogenaamde buitenstaander een probleem dat het zelf heeft helpen veroorzaken — en mag het nu vanuit het Torentje helpen oplossen.
Verkeerde boodschapper
De VVD op haar beurt gebruikt in haar verkiezingsprogramma Sterker uit de storm precies de woorden die Kees Dijkstra graag zou willen horen. De liberalen willen een fundamenteel kleinere overheid en willen af van ‘verstikkende regeldruk’. De inkomstenbelasting en de energiebelasting moeten omlaag, de accijns op brandstof getemperd. Werken moet weer lonen en de ingewikkelde herverdelingsmachine moet worden teruggedrongen. Op papier is dat het meest directe antwoord op de rekening die Kees Dijkstra betaalt.
Het probleem is de boodschapper. De VVD was tussen 2010 en 2024 de grootste regeringspartij en leverde de premier. Het waren jaren met stijgende energielasten en een forse toename van de regeldruk. De partij belooft nu de machine af te breken die zij zelf heeft helpen bouwen. De VVD benoemt de symptomen — hoge lasten, te veel regels — maar zwijgt over haar eigen aandeel in de oorzaak.
De Juiste Aanpak voor Nederland, het verkiezingsprogramma van JA21, heeft een nog scherpere boodschap. Waar andere partijen de hoge energierekening toeschrijven aan oorlogen, de markt en/of het buitenland, noemt JA21 het een politieke keuze: het energiebeleid is volgens de partij van Joost Eerdmans ideologisch gedreven en raakt gezinnen ‘flink in de portemonnee’.
Concreet wil JA21 de btw op energie verlagen, een heffing binnen de energiebelasting schrappen en fors inzetten op kernenergie als bron van betaalbare en stabiele stroom. En: JA21 wil dat het middelbaar beroepsonderwijs en vakkennis weer hoger worden gewaardeerd. Dat zal bij de gereedschapsmaker Kees Dijkstra een gevoelige snaar raken. Bovendien: Nederland heeft een nijpend tekort aan praktisch opgeleiden, dat is algemeen bekend.
Maar helaas: de partij die het hardst voor Kees spreekt, werd buiten de regering gehouden – D66 wilde JA21 er niet bij.
Trieste balans
Kort en goed: het CDA heeft voor Kees Dijkstra het meest samenhangende verhaal, maar trekt de lijn niet door en heeft een discutabel verleden. De VVD heeft de juiste woorden maar kan met nog meer recht worden verweten dat ze voorheen als regeringspartij vooral heeft gefaald. JA21 stelt de scherpste diagnose, maar is klein en werd naar de oppositiebanken verwezen.
Aan het hoofd van het nieuwe kabinet staat D66 – de partij waar klimaatbeleid en de energietransitie voorop staan en die het minst geeft om de rekening die Kees Dijkstra daarvoor moet betalen.
Het is een trieste balans.
* Henk C. Jonkhoff is ondernemer.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!



















